Auto's:

Skoda Fabia: Algemene aanwijzingen - Hulpsystemen - Rijden - Škoda Fabia - InstructieboekjeSkoda Fabia: Algemene aanwijzingen

Inleiding voor het onderwerp

ATTENTIE

  • De hulpsystemen dienen alleen als ondersteuning en ontslaan de bestuurder niet van de verantwoording voor het bedienen van de wagen.
  • De verhoogde veiligheid en inzittendenbescherming door de hulpsystemen mag geen aanleiding zijn tot het nemen van grotere risico's - gevaar voor ongevallen!
  • De snelheid en rijstijl aanpassen aan het actuele weer, het wegdek, het zicht en de verkeersomstandigheden.
  • De hulpsystemen zijn onderhevig aan natuurkundige en door het systeem vastgelegde grenzen. Om deze reden kan de bestuurder enkele reacties van het systeem in bepaalde situaties als ongewenst of vertraagd waarnemen.

    Daarom dient men steeds alert te zijn om zelf te kunnen ingrijpen!

  • De hulpsystemen alleen zodanig activeren, deactiveren en instellen dat u uw wagen in elke verkeerssituatie volledig onder controle hebt - gevaar voor ongevallen!

Radarsensor

Inbouwplaats van de radarsensor
 afb. 217 Inbouwplaats van de radarsensor

De radarsensor (hierna sensor) registreert m.b.v. elektromagnetische golven de verkeerssituatie voor de wagen afb. 217.

De sensor maakt onderdeel uit van het ACC-systeem  en Front Assist .

De werking van de sensor kan in een van de volgende situaties beperkt of helemaal niet beschikbaar zijn.

De sensorafdekking is (bv. door modder, sneeuw en dergelijke) verontreinigd.

Het gedeelte vóór en om de sensor is (bv. door stickers, extra koplampen en dergelijke) afgedekt.

Bij slecht zicht (bv. mist, stortregen, hevige sneeuwval).

Als de sensor is afgedekt of vervuild, verschijnt op het display in het instrumentenpaneel de betreffende melding van het ACC-systeem  Storingen of Front Assist  Storingen.

ATTENTIE

  • Indien het vermoeden bestaat dat de sensor is beschadigd, het ACC-systeem en de Front Assist deactiveren  . De sensor door een specialist laten controleren.
  • Door een botsing resp. schade aan de voor- of onderzijde van de wagen kan de werking van de sensor gehinderd worden - gevaar voor ongevallen! De sensor door een specialist laten controleren.
  • Het gebied voor en om de sensor heen niet bedekken. Dit kan de werking van de sensor beïnvloeden - gevaar voor ongevallen!

 

VOORZICHTIG De sneeuw met een handveger en het ijs met een oplosmiddelvrije ontdooispray van de sensor verwijderen.
Zie ook:

Mazda 2. Dodehoekmonitorsysteem (BSM)
De dodehoekmonitor (BSM) is bedoeld om de bestuurder te helpen bij het controleren van het gebied aan de achterzijde van de auto aan beide kanten tijdens het veranderen van rijstrook, door de be ...

Opel Corsa. Luchtroosters
Verstelbare luchtroosters Wanneer de koeling ingeschakeld is moet er minimaal een luchtrooster openstaan. Stel de hoeveelheid lucht bij de roosteruitlaat met het stelwiel af. Het rooster ...

Auto's: