Auto's:

Opel Corsa: Controle van de auto - Verzorging van de auto - Opel Corsa - InstructieboekjeOpel Corsa: Controle van de auto

Werkzaamheden uitvoeren

Controle van de auto

Waarschuwing Controles in de motorruimte alleen met uitgeschakelde ontsteking uitvoeren.

De koelventilator kan ook bij uitgeschakelde ontsteking gaan draaien.

 

Gevaar Het ontstekingssysteem en de Xenonkoplampen werken met een zeer hoge spanning. Niet aanraken.

Motorkap

Openen

Controle van de auto

Aan de ontgrendelingshendel trekken en in de uitgangspositie terugduwen.

Controle van de auto

Druk de veiligheidspal omhoog en open de motorkap.

Controle van de auto

Motorkapsteun vastzetten.

Als de motorkap wordt geopend tijdens een Autostop, wordt de motor automatisch herstart omwille van veiligheidsredenen.

Sluiten

Steun vóór het sluiten van de motorkap stevig in de houder duwen.

Laat de motorkap zakken en laat deze vanaf een lage hoogte (20-25 cm) in de grendel vallen.

Controleer of de motorkap vergrendeld is.

Voorzichtig Druk de motorkap niet in het slot om deuken te voorkomen.

Motorolie

Het motoroliepeil op gezette tijden handmatig controleren om schade aan de motor te voorkomen. Gebruik olie met de juiste specificatie. Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen.

Het maximale motorolieverbruik is 0,6 l perkm.

Alleen op een vlakke ondergrond controleren. De motor moet op bedrijfstemperatuur zijn en minstens vijf minuten uitgeschakeld zijn geweest.

Oliepeilstok uittrekken, afvegen, tot aan de aanslag van de handgreep weer insteken, opnieuw uittrekken en het motoroliepeil aflezen.

Peilstok tot aan de aanslag van de handgreep insteken en een halve slag draaien.

Afhankelijk van de motor worden er verschillende oliepeilstokken gebruikt.

Controle van de auto

Wanneer het motoroliepeil tot het merkteken MIN is gedaald, dan motorolie bijvullen.

Controle van de auto

Het wordt geadviseerd dezelfde kwaliteit olie te gebruikt als bij de laatste olieverversing.

Controle van de auto

Het motoroliepeil mag niet hoger staan dan het bovenste merkteken MAX op de peilstok.

Controle van de auto

Voorzichtig Een teveel aan motorolie moet worden afgetapt of afgezogen.

Inhouden.

Dop recht terugplaatsen en vastdraaien.

Koelvloeistof

De koelvloeistof biedt vorstbescherming tot ongeveer -28 °C. In noordelijke landen met extreem lage temperaturen biedt de af-fabriek bijgevulde koelvloeistof vorstbescherming tot ongeveer -37 °C.

Voorzichtig Alleen goedgekeurde antivries gebruiken.

Koelvloeistof en anti-vries.

Koelvloeistofpeil

Voorzichtig Een te laag koelvloeistofpeil kan motorschade veroorzaken.

Afhankelijk van de motor worden er verschillende koelvloeistofreservoirs gebruikt.

Controle van de auto

Bij een koud koelsysteem moet de koelvloeistof boven de vulstreep staan.

Controle van de auto

Bijvullen als het peil te laag is.

Controle van de auto

Waarschuwing Vóór het openen van de dop de motor laten afkoelen. Dop voorzichtig openen zodat de druk langzaam kan ontsnappen.

Gebruik voor bijvullen een mengsel van een courante geconcentreerde koelvloeistof met schoon kraanwater; verhouding 1:1. Gebruik schoon kraanwater als er geen geconcentreerde koelvloeistof voorhanden is.

Dop goed vastdraaien. Koelvloeistofgehalte door een werkplaats laten controleren en oorzaak van het koelvloeistofverlies laten verhelpen.

Sproeiervloeistof

Controle van de auto

Schoon water bijvullen, vermengd met een passende hoeveelheid goedgekeurde sproeiervloeistof die antivries bevat.

Voorzichtig Alleen sproeiervloeistof met voldoende antivries biedt voldoende bescherming bij lage temperaturen of een plotselinge daling van de temperatuur.

Sproeiervloeistof.

Remmen

Wanneer de remvoering een minimale dikte heeft, hoort u een piepend geluid wanneer u remt.

Verder rijden is mogelijk maar laat de remblokken zo spoedig mogelijk vervangen.

Na de montage van nieuwe remblokken de eerste paar ritten niet onnodig hard remmen.

Remvloeistof

Waarschuwing Remvloeistof is giftig en bijtend.

Contact met ogen, huid, textiel en lakwerk vermijden.

Controle van de auto

De remvloeistof moet tussen de merktekens MIN en MAX staan.

Raadpleeg een werkplaats als het vloeistofpeil lager dan het merkje MIN is.

Rem- en koppelingsvloeistof.

Accu

De accu van de auto is onderhoudsvrij als het rijgedrag zodanig is dat deze voldoende wordt opgeladen. Bij korte ritten en veelvuldig starten kan de accu ontladen raken. Vermijd het gebruik van onnodige elektrische verbruikers.

Controle van de auto

Batterijen horen niet in het huisvuil thuis. Ze moeten via speciale inzamelpunten gerecycled worden.

Wanneer de auto meer dan vier weken achtereen stilstaat, kan de accu ontladen raken. Poolklem van de minpool van de accu loskoppelen.

Accu van de auto alleen bij uitgeschakelde ontsteking aansluiten en loskoppelen.

Ontlaadbeveiliging van accu.

De accu ontkoppelen

Als de boordaccu moet worden losgekoppeld (bijv. voor onderhoudswerkzaamheden), moet de alarmsirene als volgt worden gedeactiveerd: Schakel het contact in en uit en ontkoppel de boordaccu binnenseconden.

Accu vervangen

Let op

Elke afwijking van de in dit hoofdstuk gegeven instructies kan leiden tot een tijdelijke uitschakeling van het stop- startsysteem.

Let er bij het vervangen van de accu op dat er bij de pluspool geen luchtroosters open zijn. Als er in dit gebied een ventilatieopening open is, moet deze met een afdekkap worden afgesloten en moet de ventilatie bij de minpool worden geopend.

Uitsluitend accu's gebruiken waarbij de zekeringenkast boven de accu kan worden gemonteerd.

Vervang bij auto's met een AGM-accu (Absorptive Glass Mat) de accu door een andere AGM-accu.

Controle van de auto

U kunt een AGM-accu herkennen door het label op de accu. Wij bevelen het gebruik aan van een originele Opel-accu.

Let op

Als u een andere AGM-accu gebruikt dan de originele Opel accu, kunnen slechtere prestaties het gevolg zijn.

Het wordt geadviseerd de accu door een werkplaats te laten vervangen.

Stop/Start-systeem.

Accu opladen

Waarschuwing Bij auto's met een stop-startsysteem moet u ervoor zorgen dat het oplaadvermogen geen 14,6 volt overschrijdt wanneer u een accuoplader gebruikt. Anders kan de accu beschadigd raken.

Starthulp gebruiken.

Waarschuwingslabel

Controle van de auto

Betekenis van symbolen:

Dieselbrandstofsysteem ontluchten

Indien de tank is leeggereden, moet het dieselbrandstofsysteem worden ontlucht. Schakel het contact driemaal in gedurendeseconden per keer. Motor vervolgens maximaalseconden starten. Herhaal deze procedure na minstens vijf seconden.

Als de motor niet aanslaat, moet u de hulp van een werkplaats inroepen.

Wisserblad vervangen

Controle van de auto

Til de wisserarm op tot deze in de geheven stand blijft. Druk op de pallen aan beide zijden, kantel het wisserblad in een hoek van 90° naar de wisserarm toe en verwijder deze naar boven.

Aanbrengen in omgekeerde volgorde.

Laat de ruitenwisserarm voorzichtig zakken.

Wisserblad achterruit

Controle van de auto

Wisserarm optillen. Wisserblad loshaken zoals op de afbeelding wordt getoond en verwijderen.

Maak het ruitenwisserblad in een lichte hoek aan de ruitenwisserarm vast en druk tot het vastklikt.

Laat de ruitenwisserarm voorzichtig zakken.

Zie ook:

Toyota Yaris. PCS (Pre-Crash Safety-systeem)

Het Pre-Crash Safety-systeem maakt gebruik van de sensor voor om voorliggers te signaleren. Wanneer het systeem oordeelt dat een aanrijding aan de voorzijde met een voertuig waarschijnlijk is, ...

Toyota Yaris. Overige functies

■ Schakelen tussen buitenluchtmodus en recirculatiemodus Draai de draaiknop voor de luchttoevoer. Selecteer om naar de recirculatiemodus te schakelen. Selecteer om naar de buitenlucht ...

Auto's: