Auto's:

KIA Rio: Voorzorgsmaatregel bij het vervangen van lampen - Gloeilampen - Onderhoud - KIA Rio - InstructieboekjeKIA Rio: Voorzorgsmaatregel bij het vervangen van lampen

KIA Rio / KIA Rio - Instructieboekje / Onderhoud / Gloeilampen / Voorzorgsmaatregel bij het vervangen van lampen

Zorg dat u in noodgevallen de beschikking hebt over de juiste lampen.

Raadpleeg “Wattage lamp” in hoofdstuk 9.

Zet voor het vervangen van een lamp de motor op een veilige plaats uit, activeer de parkeerrem en verwijder de minkabel (-) van de accu.

WAARSCHUWING - Vervangen van gloeilampen Zet, voordat u lampen gaat vervangen, de parkeerrem stevig vast en controleer of het contact in stand LOCK staat om te voorkomen dat de auto plotseling in beweging komt, dat u zich brandt of dat u een schok krijgt.

Gebruik alleen lampen met de voorgeschreven wattage.

WAARSCHUWING Zorg ervoor dat de doorgebrande lamp vervangen wordt door een met dezelfde wattage. Anders kan het elektrische circuit ernstig beschadigd raken en kan er brand ontstaan.

 

OPMERKING Raadpleeg een officiële Kia-dealer wanneer u niet over het juiste gereedschap, de juiste lampen en/of ervaring beschikt. In veel gevallen kan het zelf vervangen van lampen problemen opleveren vanwege het feit dat om bij de lamp te kunnen komen, eerst andere onderdelen verwijderd dienen te worden. Dat is in het bijzonder het geval als u de koplampunit moet verwijderen om bij de gloeilamp(en) te kunnen komen. Het verwijderen en plaatsen van de koplampunit kan leiden tot beschadigingen aan de auto.

 

OPMERKING

  • Als bij het vervangen van lampen niet-originele onderdelen of inferieure lampen worden gebruikt, kunnen er problemen ontstaan met de zekeringen en kan de bedrading beschadigd raken.
  • Monteer geen extra verlichting of LED's op de auto. Als er extra verlichting wordt gemonteerd, kunnen er storingen optreden in de verlichting of kunnen de lampen gaan knipperen.

    Daarnaast kunnen de zekeringkast en bedrading beschadigd raken.

De koplampen, achterlichten en mistlampen gaan mogelijk wel branden als de koplampschakelaar wordt ingeschakeld en niet branden als de achterlichtschakelaar of de mistlampschakelaar wordt ingeschakeld. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door een netwerkstoring of een storing in het elektrische regelsysteem van de auto.We adviseren in het geval van een probleem het systeem te laten repareren door een officiële Kia-dealer.

Een normaal werkende lamp knippert mogelijk kortstondig. Dit kortstondige knipperen wordt veroorzaakt door de stabilisatiefunctie van het elektrische regelsysteem van de auto. Als de lamp snel weer normaal werkt, hoeft de auto niet gerepareerd te worden.

Als de lamp na kortstondig knipperen echter uitgaat of als hij blijft knipperen, adviseren we u het systeem te laten repareren door een officiële Kia-dealer.

AANWIJZING

  • Als de lamp of de stekker van een lamp van ingeschakelde verlichting wordt verwijderd, ziet het elektronische apparaat van de zekeringkast dit mogelijk als een storing. Hierdoor wordt mogelijk een storingscode met betrekking tot een lamp opgeslagen in de zekeringkast.
  • Het is normaal dat een lamp die in werking is tijdelijk knippert. Aangezien dit het gevolg is van de stabiliseringsfunctie van het elektronische regelsysteem van de auto, betekent het dat er geen probleem is met de auto wanneer de lamp na het tijdelijk knipperen normaal gaat branden.

    Als de lamp echter meerdere keren blijft knipperen of helemaal dooft, is er mogelijk een storing aanwezig in het elektronische regelsysteem van de auto. We adviseren u de auto dan onmiddellijk te laten controleren door een officiële Kia-dealer.

 

AANWIJZING We raden aan de koplampen opnieuw worden afgesteld door een officiële Kiadealer na een ongeval of nadat de koplampunit is vervangen.

 

AANWIJZING Na zware regenval of het wassen van de auto kan het lijken alsof er vocht in de koplampen en achterlichten zit. Dit wordt veroorzaakt door het temperatuurverschil tussen de binnenzijde en de buitenzijde van het lampglas. Dit is vergelijkbaar met het beslaan van de ruiten bij het rijden onder regenachtige omstandigheden en duidt niet op een probleem met uw auto. Als er vocht in het circuit van de verlichting is gekomen de auto, raden we u aan het voertuig te laten controleren door een officiële Kiadealer.

 

AANWIJZING - Aanpassen aan links of rechts rijdend verkeer (Europa) De dimlichtbundel is asymmetrisch. Als u naar een land gaat waar het verkeer links rijdt, kan dit asymmetrische deel tegemoetkomend verkeer verblinden.

Om verblinding te voorkomen schrijven ECE-regels verschillende technische oplossingen voor (bijv. een automatisch aanpassingssysteem, afplakken of de koplampen lager afstellen). Deze koplampen zijn zodanig ontworpen dat tegemoetkomend verkeer niet verblind wordt.

Daarom hoeft u de koplampen niet aan te passen als u in een land rijdt waar het verkeer aan de andere kant van de weg rijdt.

Positie gloeilamp (voor)

Gloeilampen

Gloeilampen

  1. Koplamp (dimlicht/grootlicht)
  2. Richtingaanwijzer voor
  3. Parkeerlicht
  4. Parkeerlicht/Dagrijverlichting (led-lamp)
  5. Statische bochtverlichting
  6. Mistlamp
  7. Dagrijverlichting (gloeilamp)

Positie gloeilamp (achter)

Gloeilampen

Gloeilampen

  1. Richtingaanwijzer achter (gloeilamptype)
  2. Achteruitrijlicht (gloeilamptype)
  3. Remlicht en achterlicht (gloeilamptype)
  4. Achterlicht (gloeilamptype)
  5. Remlicht en achterlicht (LED-type)
  6. Kentekenplaatverlichting
  7. Derde remlicht

Positie gloeilamp (opzij)

Gloeilampen

  1. Richtingaanwijzer opzij (LED-type)
  2. Richtingaanwijzer opzij (gloeilamptype)

Koplamp (dimlicht/grootlicht) vervangen (koplamp type A)

Gloeilampen

  1. Open de motorkap.
  2. Verwijder de afdekkap van de koplamp door de kap linksom te draaien.
  3. Maak de koplampstekker los.
  4. Maak de klem van de koplamp los door het uiteinde in te drukken en dit omhoog te duwen
  5. Verwijder de lamp uit de koplampunit.
  6. Plaats een nieuwe lamp in de koplampunit en bevestig deze door de klem op zijn plaats te drukken. Zorg dat het ijzerdraad van de klem in de groef past.
  7. Sluit de koplampstekker aan.
  8. Plaats de afdekkap van de koplamp door de kap rechtsom te draaien.

Koplamp

Gloeilampen

WAARSCHUWING - Halogeenlampen

  • Halogeenlampen bevatten gas onder druk, zodat de halogeenlamp bij het vallen kan ontploffen waardoor kleine glasdeeltjes vrijkomen.
  • Behandel halogeenlampen altijd voorzichtig om krassen te voorkomen.

    Voorkom contact met vloeistoffen wanneer de lampen branden.

    Raak het glas nooit met blote handen aan. Door achtergebleven vet kan de lamp te heet worden en knappen wanneer deze brandt.

    De lamp mag alleen in gemonteerde toestand worden ingeschakeld.

  • Vervang een beschadigde of gebarsten lamp direct en gooi deze niet zomaar weg.
  • Draag bij het vervangen van een lamp een veiligheidsbril. Laat de lamp alvorens hem te vervangen afkoelen.

Lamp parkeerlicht vervangen (koplamp type A)

Gloeilampen

  1. Open de motorkap.
  2. Verwijder de afdekkap van de koplamp door de kap linksom te draaien.
  3. Verwijder de fitting uit de koplampunit door deze linksom te draaien tot de nokjes van de fitting in lijn liggen met de uitsparingen van de koplampunit.
  4. Trek het lampje uit de fitting.
  5. Plaats een nieuw lampje in de fitting.
  6. Plaats de lampfitting in de koplamp door de nokjes op de lampfitting in lijn te brengen met de uitsparingen in de koplamp. Duw de fitting in de lichtunit en draai de fitting rechtsom.
  7. Plaats de afdekkap van de koplamp door de kap rechtsom te draaien.

Lamp van richtingaanwijzer voor vervangen (koplamp type A)

Gloeilampen

  1. Open de motorkap.
  2. Verwijder de fitting uit de koplampunit door deze linksom te draaien tot de nokjes van de fitting in lijn liggen met de uitsparingen van de koplampunit.
  3. Verwijder de lamp uit de fitting door de lamp in te drukken en deze linksom te draaien tot de nokjes van de lamp in lijn liggen met de uitsparingen van de fitting. Trek de lamp uit de fitting.
  4. Plaats een nieuwe lamp in de fitting en draai de lamp tot hij vastzit.
  5. Plaats de fitting in de koplampunit door de nokjes op de fitting in lijn te brengen met de uitsparingen in de koplampunit. Duw de fitting in de koplampunit en draai de fitting rechtsom.

Koplamp (dimlicht/grootlicht) vervangen (koplamp type B)

Gloeilampen

  1. Open de motorkap.
  2. Verwijder de afdekkap van de koplamp door de kap linksom te draaien.
  3. Maak de koplampstekker los.
  4. Verwijder de fitting uit de koplampunit door deze linksom te draaien tot de nokjes van de fitting in lijn liggen met de uitsparingen van de koplampunit.
  5. Plaats een nieuwe lampfitting in de koplamp door de nokjes op de lampfitting in lijn te brengen met de uitsparingen in de koplamp. Duw de fitting in de lichtunit en draai de fitting rechtsom.
  6. Plaats de afdekkap van de koplamp door de kap rechtsom te draaien.

Koplamp

Gloeilampen

WAARSCHUWING - Halogeenlampen

  • Halogeenlampen bevatten gas onder druk, zodat de halogeenlamp bij het vallen kan ontploffen waardoor kleine glasdeeltjes vrijkomen.
  • Behandel halogeenlampen altijd voorzichtig om krassen te voorkomen.

    Voorkom contact met vloeistoffen wanneer de lampen branden.

    Raak het glas nooit met blote handen aan. Door achtergebleven vet kan de lamp te heet worden en knappen wanneer deze brandt.

    De lamp mag alleen in gemonteerde toestand worden ingeschakeld.

  • Vervang een beschadigde of gebarsten lamp direct en gooi deze niet zomaar weg.
  • Draag bij het vervangen van een lamp een veiligheidsbril. Laat de lamp alvorens hem te vervangen afkoelen.

Vervanging statische bochtverlichting (koplamp type B)

Gloeilampen

  1. Open de motorkap.
  2. Verwijder de afdekkap van de koplamp door de kap linksom te draaien.
  3. Maak de stekker van de statische bochtverlichting los.
  4. Maak de klem van de statische bochtverlichting los door het uiteinde in te drukken en dit omhoog te duwen.
  5. Verwijder de lamp uit de koplampunit.
  6. Plaats een nieuwe lamp in de statische bochtverlichting en bevestig deze door de klem op zijn plaats te drukken. Zorg dat het ijzerdraad van de klem in de groef past.
  7. Sluit de stekker van de statische bochtverlichting aan.
  8. Plaats de afdekkap van de koplamp door de kap rechtsom te draaien.

Lamp van richtingaanwijzer voor vervangen (koplamp type B)

Gloeilampen

  1. Open de motorkap.
  2. Verwijder de afdekkap van de koplamp door de kap linksom te draaien.
  3. Verwijder de fitting uit de koplampunit door deze linksom te draaien tot de nokjes van de fitting in lijn liggen met de uitsparingen van de koplampunit.
  4. Verwijder de lamp uit de fitting door de lamp in te drukken en deze linksom te draaien tot de nokjes van de lamp in lijn liggen met de uitsparingen van de fitting. Trek de lamp uit de fitting.
  5. Plaats een nieuwe lamp in de fitting en draai de lamp tot hij vastzit.
  6. Plaats de fitting in de koplampunit door de nokjes op de fitting in lijn te brengen met de uitsparingen in de koplampunit. Duw de fitting in de koplampunit en draai de fitting rechtsom.
  7. Plaats de afdekkap van de koplamp door de kap rechtsom te draaien

Mistlamp voor vervangen

Gloeilampen

Als de mistlamp voor (1) niet werkt, adviseren we u de auto door een officiële Kia-dealer te laten nakijken.

Lamp parkeerlicht en dagrijverlichting (LED-lamp) vervangen

Gloeilampen

Als het parkeerlicht + DRL (1) niet werkt, adviseren we u de auto door een officiële Kia-dealer te laten nakijken.

Lamp dagrijverlichting (gloeilamp) vervangen

Gloeilampen

Als de dagrijverlichting (1) niet werkt, adviseren we u de auto door een officiële Kia-dealer te laten nakijken.

Lamp richtingaanwijzer opzij (LED-lamp) vervangen

Gloeilampen

Als de dagrijverlichting (1) niet werkt, adviseren we u de auto door een officiële Kia-dealer te laten nakijken.

Lamp richtingaanwijzer opzij (gloeilamp) vervangen

Gloeilampen

  1. Verwijder de lampunit van de auto door de lens los te wrikken en de lichtunit uit het scherm te trekken.
  2. Neem de lampstekker los.
  3. Neem de lens los van de fitting door de fitting linksom te draaien tot de nokjes in lijn staan met de uitsparingen.
  4. Trek de lamp recht naar buiten.
  5. Plaats een nieuwe lamp in de fitting.
  6. Monteer de fitting en de lens.
  7. Sluit de lampstekker aan.
  8. Plaats de lampunit terug in de carrosserie.

Lamp rem- en achterlicht vervangen

Gloeilampen

  1. Open de achterklep.
  2. Draai de bevestigingsschroeven van de lichtunit los met een kruiskopschroevendraaier.

Gloeilampen

3. Verwijder de achterlichtunit uit de carrosserie.

4. Maak de aansluiting van de achterlichtunit los.

Gloeilampen

5. Verwijder de fitting uit de lichtunit door deze linksom te draaien tot de nokjes van de fitting in lijn liggen met de uitsparingen van de lichtunit.

6. Verwijder de lamp uit de fitting door de lamp in te drukken en deze linksom te draaien tot de nokjes van de lamp in lijn liggen met de uitsparingen van de fitting. Trek de lamp uit de fitting.

7. Plaats een nieuwe lamp in de fitting en draai de lamp tot hij vastzit.

8. Plaats de fitting in de lichtunit door de nokjes op de fitting in lijn te brengen met de uitsparingen in de lichtunit.

Duw de fitting in de lichtunit en draai de fitting rechtsom.

9. Lamp richtingaanwijzer achter vervangen

Lamp richtingaanwijzer achter vervangen

Gloeilampen

  1. Open de achterklep.
  2. Draai de bevestigingsschroeven van de lichtunit los met een kruiskopschroevendraaier.

Gloeilampen

3. Verwijder de achterlichtunit uit de carrosserie.

4. Maak de aansluiting van de achterlichtunit los.

Gloeilampen

5. Verwijder de fitting uit de lichtunit door deze linksom te draaien tot de nokjes van de fitting in lijn liggen met de uitsparingen van de lichtunit.

6. Verwijder de lamp uit de fitting door de lamp in te drukken en deze linksom te draaien tot de nokjes van de lamp in lijn liggen met de uitsparingen van de fitting. Trek de lamp uit de fitting.

7. Plaats een nieuwe lamp in de fitting en draai de lamp tot hij vastzit.

8. Plaats de fitting in de lichtunit door de nokjes op de fitting in lijn te brengen met de uitsparingen in de lichtunit.

Duw de fitting in de lichtunit en draai de fitting rechtsom.

9. Plaats de achterlichtunit terug in de carrosserie.

Vervanging van het rem- en achterlicht (type LED)

Gloeilampen

Als het rem- en achterlicht (LED) niet werkt, adviseren we u de auto door een officiële Kia-dealer te laten nakijken.

Lamp achteruitrijlicht vervangen

Gloeilampen

  1. Open de achterklep.
  2. Verwijder het deksel.

Gloeilampen

3. Verwijder de fitting uit de lichtunit door deze linksom te draaien tot de nokjes van de fitting in lijn liggen met de uitsparingen van de lichtunit.

4. Trek het lampje uit de fitting.

5. Plaats een nieuw lampje in de fitting.

6. Plaats de fitting in de lichtunit door de nokjes op de fitting in lijn te brengen met de uitsparingen in de lichtunit.

Duw de fitting in de lichtunit en draai de fitting rechtsom.

7. Plaats het deksel in de opening.

Lamp achterlicht (binnen) vervangen

Gloeilampen

  1. Open de achterklep.
  2. Verwijder het deksel.

Gloeilampen

3. Verwijder de fitting uit de lichtunit door deze linksom te draaien tot de nokjes van de fitting in lijn liggen met de uitsparingen van de lichtunit.

4. Trek het lampje uit de fitting.

5. Plaats een nieuw lampje in de fitting.

6. Plaats de fitting in de lichtunit door de nokjes op de fitting in lijn te brengen met de uitsparingen in de lichtunit.

Duw de fitting in de lichtunit en draai de fitting rechtsom.

7. Plaats het deksel in de opening.

Lamp mistachterlicht (gloeilamp) vervangen

Gloeilampen

  1. Open de achterklep.
  2. Verwijder het deksel.

Gloeilampen

3. Verwijder de fitting uit de lichtunit door deze linksom te draaien tot de nokjes van de fitting in lijn liggen met de uitsparingen van de lichtunit.

4. Verwijder de lamp uit de fitting door de lamp in te drukken en deze linksom te draaien tot de nokjes van de lamp in lijn liggen met de uitsparingen van de fitting. Trek de lamp uit de fitting.

5. Plaats een nieuwe lamp in de fitting en draai de lamp tot hij vastzit.

6. Plaats de fitting in de lichtunit door de nokjes op de fitting in lijn te brengen met de uitsparingen in de lichtunit.

Duw de fitting in de lichtunit en draai de fitting rechtsom.

7. Plaats het deksel in de opening.

Vervangen lamp derde remlicht

Gloeilampen

Als het derde remlicht niet werkt, adviseren we u het systeem te laten controleren door een officiële Kia-dealer.

Vervangen lamp kentekenplaatverlichting

Gloeilampen

  1. Wrik het afdekkapje van de lens met een platte schroevendraaier voorzichtig los van het huis.
  2. Verwijder de fitting uit de lichtunit door deze linksom te draaien tot de nokjes van de fitting in lijn liggen met de uitsparingen van de lichtunit.
  3. Verwijder de gloeilamp door hem uit de fitting te trekken.
  4. Plaats een nieuwe gloeilamp door hem in de fitting te steken.
  5. Plaats de fitting in de lichtunit door de nokjes op de fitting in lijn te brengen met de uitsparingen in de lichtunit.

    Duw de fitting in de lichtunit en draai de fitting een kwartslag rechtsom.

  6. Breng de lipjes van het afdekkapje van de lens in lijn met de uitsparingen in het huis en klik de lens vast.

Vervangen lamp leeslampje

Gloeilampen

WAARSCHUWING Controleer, voordat u de lamp gaat vervangen, of toets OFF is ingedrukt om te voorkomen dat u zich brandt of een schok krijgt.
  1. Wrik het afdekkapje van de lens met een platte schroevendraaier voorzichtig los van het huis.
  2. Trek de lamp naar buiten.
  3. Steek een nieuwe lamp in de fitting.
  4. Breng de lipjes van de lens in lijn met de uitsparingen in het huis van de interieurverlichting en klik de lens vast.
OPMERKING Zorg dat de lens, het lipje van de lens en de kunststof behuizing niet vuil worden of beschadigd raken.

Vervangen lamp make-upspiegel

Gloeilampen

WAARSCHUWING Controleer, voordat u de lamp gaat vervangen, of toets OFF is ingedrukt om te voorkomen dat u zich brandt of een schok krijgt.
  1. Wrik de lamp met een platte schroevendraaier voorzichtig los uit de behuizing.
  2. Trek de lamp naar buiten.
  3. Steek een nieuwe lamp in de fitting.
  4. Plaats de lamp in de behuizing.
OPMERKING Zorg dat de lens, het lipje van de lens en de kunststof behuizing niet vuil worden of beschadigd raken.

Vervangen lamp interieurverlichting

Gloeilampen

WAARSCHUWING Controleer, voordat u de lamp gaat vervangen, of toets OFF is ingedrukt om te voorkomen dat u zich brandt of een schok krijgt.
  1. Wrik het afdekkapje van de lens met een platte schroevendraaier voorzichtig los van het huis.
  2. Trek de lamp naar buiten.
  3. Steek een nieuwe lamp in de fitting.
  4. Breng de lipjes van de lens in lijn met de uitsparingen in het huis van de interieurverlichting en klik de lens vast.
OPMERKING Zorg dat de lens, het lipje van de lens en de kunststof behuizing niet vuil worden of beschadigd raken.

Vervangen lamp dashboardkastje

Gloeilampen

  1. Wrik de lamp met een platte schroevendraaier voorzichtig los uit de behuizing.
  2. Trek de lamp naar buiten.
  3. Steek een nieuwe lamp in de fitting.
  4. Plaats de lamp in de behuizing.
OPMERKING Zorg dat de lens, het lipje van de lens en de kunststof behuizing niet vuil worden of beschadigd raken.

Vervangen lamp bagageruimteverlichting

Gloeilampen

  1. Wrik het afdekkapje van de lens met een platte schroevendraaier voorzichtig los van het huis.
  2. Trek de lamp naar buiten.
  3. Steek een nieuwe lamp in de fitting.
  4. Breng de lipjes van de lens in lijn met de uitsparingen in het huis van de interieurverlichting en klik de lens vast.
OPMERKING Zorg dat de lens, het lipje van de lens en de kunststof behuizing niet vuil worden of beschadigd raken.

 

AANWIJZING Laat het LED-lampje controleren door een officiële Kia-dealer als het niet werkt.
Zie ook:

Mazda 2. Afstelling van de hoogte
Stel de hoofdsteun zodanig af dat het midden daarvan op gelijke hoogte is met de bovenzijde van de oren van de passagier. Voor het hoger zetten van de hoofdsteun, deze tot in de gewenste posi ...

Skoda Fabia. Ruitenwisserbladen vervangen
Inleiding voor het onderwerp ATTENTIE Om veiligheidsredenen moet u de ruitenwisserbladen jaarlijks een- tot tweemaal vervangen. Ruitenwisserbladen van de voorruit vervangen   ...

Auto's: