Auto's:

KIA Rio: Media - Audio (zonder touchscreen) - Audiosysteem - KIA Rio - InstructieboekjeKIA Rio: Media

 AANWIJZING - Gebruik van MP3

Ondersteunde audioformaten

Gecomprimeerde audioformaten MPEG1 Audiolayer 3
MPEG2 Audiolayer 3
MPEG2.5 Audiolayer 3
Windows Media Audio Ver 7.X & 8.X

 

AANWIJZING Bestandsformaten die niet in overeenstemming zijn met de hierboven vermelde formaten worden mogelijk niet correct herkend of spelen zonder correcte weergave van bestandsnamen of andere informatie.

Ondersteuning voor gecomprimeerde bestanden

1. Ondersteunde bitsnelheden (Kbps)

BITSNELHEID (kbps) MPEG1 MPEG2 MPEG2,5 WMA
Layer3 Layer3 Layer3 High Range
32 8 8 48
40 16 16 64
48 24 24 80
56 32 32 96
64 40 40 128
80 48 48 160
96 56 56 192
112 64 64  
128 80 80  
160 96 96  
192 112 112  
224 128 128  
256 144 144  
320 160 160  

2. Aftastfrequenties (Hz)

MPEG1 MPEG2 MPEG2,5 WMA
44100 22050 11025 32000
48000 24000 12000 44100
3000 16000 8000 48000

3. Maximaal aantal herkende mappen en bestanden

4. Tekstscherm (op basis van Unicode)

AANWIJZING De scrollfunctie laat u toe om de volledige naam te zien van bestanden met namen die te lang zijn om in hun geheel te worden weergegeven.

Taalondersteuning (Unicode-ondersteuning)

AANWIJZING Japanse/vereenvoudigde Chinese karakters worden niet ondersteund.

 

AANWIJZING - De USB-apparaten gebruiken

  • Sluit het USB-apparaat aan nadat u de motor hebt gestart. Het USBapparaat kan beschadigd raken als het reeds aangesloten is en het contact ingeschakeld wordt. Het USBapparaat wordt mogelijk niet naar behoren bediend, als het contact in- of uitgeschakeld wordt en het USBapparaat aangesloten is.
  • Pas op voor statische elektriciteit wanneer u USB-apparaten aansluit of loskoppelt.
  • Gecodeerde mp3-spelers wordt niet herkend wanneer ze als een extern apparaat worden aangesloten.
  • Wanneer een extern USB-apparaat wordt aangesloten, kan het audiosysteem van de auto het USBapparaat mogelijk niet herkennen, afhankelijk van de gebruikte firmware of het type bestanden op het USB-apparaat.
  • Alleen producten die zijn geformatteerd met byte/sectors van minder dan 64 Kbyte worden herkend.
  • Dit apparaat herkent USB-apparaten die zijn geformatteerd in de bestandsindelingen FAT 12/16/32. Dit apparaat herkent geen bestanden in de bestandsindeling NTFS.
  • Sommige USB-apparaten worden mogelijk niet ondersteund vanwege compatibiliteitsproblemen.
  • Vermijd contact tussen de USB-stekker en lichaamsdelen of voorwerpen.
  • Het herhaaldelijk aansluiten en loskoppelen van USB-apparaten binnen een korte periode kan leiden tot storingen in het product.
  • Er kan een vreemd geluid hoorbaar zijn wanneer u het USB-apparaat loskoppelt.
  • Zorg ervoor dat u externe USBapparaten aansluit en loskoppelt met een uitgeschakeld audiosysteem.
  • Hoeveel tijd er nodig is om het USBapparaat te herkennen, hangt af van het type, de grootte of de bestandsindelingen die op het USBapparaat zijn opgeslagen. Dergelijke verschillen in tijd duiden niet op storingen.
  • Het audiosysteem van de auto ondersteunt alleen USB-apparaten die zijn gemaakt om muziekbestanden af te spelen.
  • USB-afbeeldingen en -video's worden niet ondersteund.
  • Gebruik de USB I/F niet om batterijen of USB-accessoires op te laden die warmte genereren. Als u dit wel doet, kan dit resulteren in slechtere prestaties of beschadiging van het audiosysteem.
  • Het audiosysteem herkent mogelijk het USB-apparaat niet als er apart gekochte USB-aansluitingen en verlengkabels worden gebruikt. Sluit het USB-apparaat rechtstreeks aan op de USB-aansluiting van de auto.
  • Wanneer u USB-apparaten voor massaopslag gebruikt met afzonderlijke harde schijven, kunnen er alleen bestanden worden afgespeeld die in het basisstation zijn opgeslagen.
  • Bestanden worden mogelijk niet goed afgespeeld als er apps op de USBapparaten zijn geïnstalleerd.
  • Het audiosysteem werkt mogelijk niet goed als er MP3-spelers, mobiele telefoons, digitale camera's of andere elektronische apparaten (USBapparaten die niet worden herkend als draagbare schijfstations) op het audiosysteem zijn aangesloten.
  • Mogelijk kunnen bepaalde mobiele apparaten niet via de USB-aansluiting worden opgeladen.
  • Het apparaat ondersteunt een normale werking mogelijk niet wanneer een ongewoon USBgeheugenapparaat (miniatuur, sleutelhanger, etc.) wordt gebruikt.

    Voor de beste resultaten gebruikt u een gewoon USB-apparaat met een metalen behuizing.

  • Het apparaat ondersteunt een normale werking mogelijk niet wanneer er indelingen worden gebruikt, zoals geheugens van het type HDD, CF of SD.
  • Het apparaat ondersteunt geen bestanden die met behulp van DRM (Digital Rights Management) zijn vergrendeld.
  • USB-geheugensticks die worden gebruikt door een adapter (type SD of CF) aan te sluiten, worden mogelijk niet goed herkend.
  • Het apparaat werkt mogelijk niet goed wanneer er USB HDD's of USB's worden gebruikt met storingen in de aansluiting die zijn veroorzaakt door trillingen van de auto (bijvoorbeeld het type i-stick)
  • Vermijd het gebruik van USB-sticks die ook kunnen worden gebruikt als sleutelhanger of accessoire voor mobiele telefoons. Het gebruik van dergelijke producten kan schade veroorzaken aan de USB-aansluiting.
  • Als er een mp3-apparaat of telefoon via andere kanalen wordt aangesloten, zoals via AUX/BT of de audio/USB-modus, resulteert dit mogelijk in plopgeluiden of een abnormale werking.

 

AANWIJZING - Een iPod gebruiken®

  • iPod® is een geregistreerd handelsmerk van Apple Inc.
  • Om de iPod® te kunnen gebruiken met het audiosysteem met uw auto, moet u een speciale iPod® -kabel gebruiken (de kabel die bij de iPod®/iPhone® is geleverd)
  • Als de iPod® op de auto wordt aangesloten terwijl het apparaat muziek afspeelt, kan er direct na het aansluiten gedurende ongeveer 1-2 seconden een hoge toon klinken. Sluit de iPod® indien mogelijk op de auto aan zonder dat er op het iPod®- apparaat muziek wordt afgespeeld.
  • Als de iPod® met de iPod®-kabel is aangesloten wanneer het contact in de stand ACC of ON staat, wordt de iPod® via het audiosysteem van de auto opgeladen.
  • Wanneer u de iPod aansluit met de iPod®-kabel, moet u ervoor zorgen dat u de kabel goed aansluit om communicatiestoringen te voorkomen.
  • Wanneer de EQ-functies van een extern apparaat, zoals een iPod®, en het audiosysteem beide actief zijn, kunnen de EQ-effecten elkaar overlappen en leiden tot een mindere geluidskwaliteit en vervorming. Schakel de EQ-functie indien mogelijk in het externe apparaat uit als het apparaat op het audiosysteem is aangesloten.
  • Er kan sprake zijn van ruis wanneer er een iPod® of AUX-apparaat wordt aangesloten. Wanneer dergelijke apparaten niet worden gebruikt, koppelt u het apparaat los en bergt u het op.
  • Wanneer de iPod® of het AUXapparaat is aangesloten op de aansluiting voor de voeding, kan er ruis optreden als er muziek van het externe apparaat wordt afgespeeld. Koppel in dergelijke gevallen vóór gebruik van het apparaat de voeding los.
  • Afhankelijk van de eigenschappen van uw iPod®/iPhone® kunnen er bestanden worden overgeslagen of onjuist worden afgespeeld.
  • Wanneer uw iPhone® zowel via de Bluetooth® draadloze technologie als via USB is verbonden, wordt de muziek mogelijk niet goed afgespeeld.

    Selecteer op uw iPhone® de Dockstekker of de Bluetooth® draadloze technologie om de geluidsuitvoer (bron) te veranderen.

  • De iPod®-modus kan niet worden gebruikt wanneer de iPod® niet kan worden herkend omdat er versies worden afgespeeld die de communicatieprotocollen niet ondersteunen en in geval van afwijkingen en defecten van de iPod®.
  • De iPod® nano van de vijfde generatie wordt mogelijk niet herkend als de batterij van de iPod® bijna leeg is.

    Laad de iPod® voor gebruik op.

  • De volgorde van zoek- en afspeelopdrachten die op de iPod® wordt getoond kan verschillen van de weergegeven volgorde op het audiosysteem.
  • Als de iPod® niet goed functioneert door een defect in de iPod® reset u de iPod® en probeert u het opnieuw.

    (Raadpleeg de handleiding van de iPod® voor meer informatie)

  • Sommige iPod®s kunnen mogelijk niet worden gesynchroniseerd met het systeem, afhankelijk van de iPodversie.

    Als het medium wordt verwijderd voordat het medium wordt herkend, kan het systeem de modus die als laatste is gebruikt, mogelijk niet herstellen. (Het opladen van een iPad® wordt niet ondersteund.)

  • Gebruik een iPod®-kabel die korter is dan 1 meter, zoals de kabel die oorspronkelijk is meegeleverd met een nieuwe iPod®. Als u langere kabels gebruikt, herkent het audiosysteem de iPod® mogelijk niet.

 

AANWIJZING - De audiomodus van Bluetooth® draadloze technologie gebruiken (indien van toepassing)

  • De audiomodus van Bluetooth® draadloze technologie kan alleen worden gebruikt wanneer er een mobiele telefoon met Bluetooth® draadloze technologie is verbonden.

    De audiomodus van o Bluetooth® draadloze technologie is niet beschikbaar wanneer er mobiele telefoons worden verbonden die deze functie niet ondersteunen.

  • Als een telefoon met Bluetooth® draadloze technologie wordt gebruikt om muziek af te spelen, dan stopt de muziek wanneer er sprake is van een binnenkomend of uitgaand telefoongesprek.
  • Als u tijdens het afspelen van de audiomodus van Bluetooth® draadloze technologie naar boven of beneden in de lijst met muziekstukken scrolt, kunnen er in sommige mobiele telefoons plopgeluiden worden weergegeven.

    Audiostreaming van o Bluetooth® draadloze technologie wordt op sommige mobiele telefoons mogelijk niet ondersteund.

  • Wanneer u terugkeert naar de audiomodus van Bluetooth® draadloze technologie nadat u een gesprek hebt beëindigd, wordt de modus op sommige mobiele telefoons mogelijk niet automatisch opnieuw gestart.
  • Als u een oproep ontvangt of zelf belt terwijl de audiomodus van Bluetooth® draadloze technologie wordt afgespeeld, kan het gesprek worden verstoord door muziek.

Mediamodus

Wijzig modus: [MEDIA]-toets

* indien van toepassing

Herhalen: [1 RPT]-toets

Shuffle: [2 SHFL]-toets

Van nummer/bestand veranderen: toets [SEEK/TRACK] (track zoeken)

Toets [ SEEK/TRACK] (track zoeken)

AANWIJZING

  • AUX en Bluetooth-audio* ondersteunen de functie terugspoelen/ vooruitspoelen niet.
  • Sommige Bluetooth®-apparaten ondersteunen mogelijk het overschakelen naar de vorige/ volgende song niet.

* indien van toepassing

Nummer opzoeken: knop TUNE (afstemmen)

AANWIJZING

  • Bluetooth-audio*, iPod® en AUX ondersteunen de functie afspeellijst niet.
  • Terwijl Bluetooth-audio* speelt, speelt en stopt u het huidige nummer door op de knop TUNE (afstemmen) te drukken.

* indien van toepassing

Map zoeken: toets [FOLDER] (map)

AANWIJZING Als een map wordt geselecteerd door op de knop TUNE (afstemmen) te drukken, wordt het eerste bestand van de geselecteerde map afgespeeld.

USB

Audio (zonder touchscreen)

Geeft pop-upschermmenu weer als u op de toets [MENU] drukt.

List (lijst)

Schakelt naar het scherm met lijst.

Repeat (herhalen)

Herhaalt het actuele muziekstuk. Druk er nogmaals op om de functie uit te schakelen.

Map herhalen

Herhaalt alle muziekstukken in de huidige map. Druk er nogmaals op om de functie uit te schakelen.

Shuffle-map

Speelt de muziekstukken in de huidige map in willekeurige volgorde af. Druk er nogmaals op om de functie uit te schakelen.

Shuffle (afspelen in willekeurige volgorde)

Speelt alle muziekstukken in willekeurige volgorde af. Druk er nogmaals op om de functie uit te schakelen.

Informatie

Geeft informatie over het huidige muziekstuk weer.

Zie ook:

Mazda 2. Moersleutelindicatielampje
Wanneer het contact op ON wordt gezet, gaat het moersleutelindicatielampje branden en vervolgens na enkele seconden uit. Het moersleutelindicatielampje gaat branden wanneer het tijd is voor ...

Mazda 2. Vereiste brandstof (SKYACTIV-D 1.5)
De auto zal efficiënt functioneren op dieselbrandstof met specificatie EN590 of gelijkwaardig. OPGELET Gebruik voor uw auto nooit andere brandstof dan specificatie EN590 of gelijkwa ...

Auto's: