Auto's:

Fiat Punto: Rode waarschuwingslampjes - Lampjes en berichten - Kennismaking met het instrumentenpaneel - Fiat Punto - InstructieboekjeFiat Punto: Rode waarschuwingslampjes

Waarschuwingslampje

Betekenis

VEILIGHEIDSGORDELS NIET VASTGEMAAKT

Het waarschuwingslampje blijft continu branden bij stilstaand voertuig als de veiligheidsgordel van de bestuurder niet is vastgemaakt. Wanneer met de auto wordt gereden met niet goed omgelegde veiligheidsgordels, dan gaat het lampje knipperen en klinkt er een geluidssignaal.

Neem, voor permanente uitschakeling van het geluidssignaal (de zoemer) van het SBR-systeem. (Seat Belt Reminder)-systeem neem contact op met een Fiat Servicenetwerk. Bij sommige versies kan het systeem weer worden ingeschakeld in het Setup-menu.

PORTIEREN/MOTORKAP/BAGAGERUIMTE OPEN

Bij sommige versies gaat het waarschuwingslampje branden en verschijnen een bericht en een symbool op het display wanneer één of meerdere portieren, de motorkap of de achterklep niet goed gesloten zijn. Bij geopende portieren en als de auto rijdt klinkt er een geluidssignaal.

LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU/HANDREM AANGETROKKEN

Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat dit lampje branden maar het moet na enkele seconden doven.

Laag remvloeistofniveau: dit lampje gaat branden wanneer het remvloeistofniveau in het reservoir zich onder het minimumpeil bevindt, bijvoorbeeld door een lek in het remcircuit. Bij sommige versies verschijnt een bericht op het display.

Handrem aangetrokken

Het lampje gaat branden wanneer de handrem is aangetrokken. Als het voertuig in beweging is, klinkt er ook een geluidssignaal.

BELANGRIJK Controleer of de handrem toevallig is ingeschakeld als het lampje tijdens het rijden gaat branden.

 

BELANGRIJK

Als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden, stop dan onmiddellijk met rijden en neem contact op met het Fiat Servicenetwerk.

 

Waarschuwingslampje

Betekenis

STORING EBD

Wanneer de waarschuwingslampjes (rood) en (geel) bij draaiende motor tegelijk gaan branden, dan is er een storing in het EBD-systeem of is het systeem niet beschikbaar. In dit geval kunnen de achterwielen bij hard remmen plotseling blokkeren waardoor de auto begint te slippen. Bij sommige versies verschijnt een bericht op het display. Rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde dealer van het Fiat Servicenetwerk om het systeem onmiddellijk te laten controleren.

 

STORING AIRBAGSYSTEEM

Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat dit lampje branden maar het moet na enkele seconden doven. Als het lampje permanent blijft branden, dan is er een storing in het airbagsysteem. Bij sommige versies verschijnt een bericht op het display.

MINIMUMPEIL MOTOROLIE (voor bepaalde versies/markten)

Het waarschuwingslampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven. Het waarschuwingslampje gaat branden wanneer het motoroliepeil onder de aanbevolen minimumwaarde zakt. Herstel het oliepeil. Bij sommige versies verschijnt een bericht op het display.

 

BELANGRIJK

Als, wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, het lampje niet gaat branden of blijft branden tijdens het rijden, dan is er mogelijk een storing in de veiligheidssystemen; in dat geval kunnen de airbags of gordelspanners niet in werking treden bij een ongeval of, in een zeer beperkt aantal gevallen, onbedoeld in werking treden. Laat het systeem onmiddellijk controleren door het Fiat Servicenetwerk alvorens verder te rijden.

Een storing van het lampje wordt aangegeven door het gaan knipperen van het lampje. In dat geval kan een eventuele storing van het airbagsysteem mogelijk niet aangegeven worden. Laat het systeem controleren door het Fiat Servicenetwerk alvorens verder te rijden.

 

Waarschuwingslampje

Betekenis

LAGE ACCUSPANNING (voor bepaalde versies/markten)

Wanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden. Het moet doven nadat de motor is gestart (als de motor stationair draait, kan het voorkomen dat het lampje iets later dooft). Als het waarschuwingslampje continu blijft branden of knipperen (bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display), neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.

STORING ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING "DUALDRIVE" (voor bepaalde versies/markten)

Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven. Als het lampje (bij sommige versies samen met het bericht op het display) blijft branden, zou de elektrische stuurbekrachtiging niet meer kunnen werken, waardoor aanzienlijk meer inspanning nodig is om het stuurwiel te bedienen. Sturen blijft echter wel mogelijk. Neem in dat geval contact op met het Fiat Servicenetwerk. Bij sommige versies verschijnt een bericht op het display.

ONVOLDOENDE MOTOROLIE/DRUK: Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden maar het moet doven zodra de motor is gestart.

Onvoldoende motoroliedruk: het waarschuwingslampje gaat continu branden (bij sommige versies verschijnt ook een bericht op het display) wanneer het systeem een te lage motoroliedruk detecteert.

Verslechterde motorolie (MultiJet-versies met DPF) Het waarschuwingslampje gaat knipperen (bij sommige versies verschijnt een bericht op het display). Afhankelijk van de versie, kan het waarschuwingslampje als volgt knipperen: gedurende 1 minuut elke 2 uur of met cycli van 3 minuten met intervallen van gedoofd lampje gedurende 5 seconden, totdat de olie wordt ververst. Na de aanvankelijke waarschuwing blijft het waarschuwingslampje, elke keer als de motor wordt gestart, op dezelfde manier knipperen tot de olie is ververst. Bij sommige versies verschijnt een bericht op het display.

Het knipperen van het lampje moet niet als een storing worden beschouwd, maar wil de bestuurder erop wijzen dat de motorolie moet worden ververst na een normaal gebruik van de auto. Als bij sommige versies de olie nog niet is ververst en een verdere verslechtering tot de tweede graad wordt bereikt, dan zal het waarschuwingslampje van het instrumentenpaneel gaan branden en wordt het toerental beperkt tot 3000 tpm. Als de olie nog steeds niet wordt ververst en het systeem meet een verdere verslechtering tot de derde graad, dan wordt het toerental beperkt tot 1500 tpm om motorschade te voorkomen.

De verslechtering van de olie wordt versneld door:

  • gebruik van het voertuig hoofdzakelijk binnen de bebouwde kom, waardoor het DPF-regeneratieproces vaker plaatsvindt;
  • gebruik van het voertuig voor korte ritten, waardoor de motor niet helemaal op bedrijfstemperatuur kan komen;
  • herhaaldelijk onderbreken van het regeneratieproces, hetgeen wordt aangegeven door het aangaan van het DPF-waarschuwingslampje.
TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR

Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven. Het waarschuwingslampje gaat branden (bij sommige versies verschijnt een bericht op het display) als de motor oververhit raakt.

Tijdens een normale rit: breng de auto tot stilstand, zet de motor af en controleer of het koelvloeistofniveau in het reservoir niet onder het MIN-teken staat. Als dit het geval is, wacht dan tot de motor is afgekoeld, draai vervolgens langzaam en voorzichtig de dop open, vul koelvloeistof bij en controleer of het peil tussen het MIN- en MAX-teken op het reservoir staat. Controleer ook op de aanwezigheid van vloeistoflekken. Als na het starten het lampje opnieuw gaat branden, neem dan contact op met een Fiat Servicenetwerk.

Wanneer de auto onder veeleisende omstandigheden wordt gebruikt (bijv. het heuvel optrekken van een aanhanger of volledig beladen voertuig): snelheid minderen en, als het lampje blijft branden, de auto tot stilstand brengen. Wacht 2 of 3 minuten met draaiende motor en geef ietwat gas om de koelvloeistofcirculatie te bevorderen. Zet vervolgens de motor af. Controleer of het koelvloeistofpeil correct is, zoals hiervoor beschreven is.

Bij sommige versies verschijnt een speciaal bericht op het display.

BELANGRIJK Het is raadzaam om onder zware bedrijfsomstandigheden de motor voor het afzetten enkele minuten te laten draaien met het gaspedaal iets ingetrapt.

STORING "DUALOGIC" VERSNELLINGSBAK (voor bepaalde versies/markten)

Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat dit lampje branden maar het moet na enkele seconden doven. Het lampje gaat eerst knipperen, en er verschijnt een speciaal bericht op het display en er klinkt een geluidssignaal, om een storing in de versnellingsbak aan te geven.

De volgende berichten kunnen ook weergegeven worden: beperk het schakelen, handmatige modus niet beschikbaar, automatische modus niet beschikbaar, koppeling oververhit, trap het rempedaal in - uitgestelde start, versnelling niet beschikbaar, manoeuvre niet toegestaan, trap het rempedaal in en herhaal de manoeuvre, door de versnellingspook in N (vrijstand) te zetten.

 

BELANGRIJK

Als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden (bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display), zet dan de motor onmiddellijk af en neem contact op met het Fiat Servicenetwerk.

Wanneer het waarschuwingslampje gaat branden, moet de afgewerkte motorolie zo spoedig mogelijk, en elk geval binnen 500 km nadat het lampje voor het eerst gaat branden, worden ververst. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige beschadiging van de motor en de garantie ongeldig maken. Vergeet niet dat het branden van dit lampje niets te maken heeft met het oliepeil in de motor. Voeg dus absoluut geen motorolie toe als het lampje begint te knipperen.

 

BELANGRIJK

Om motorschade te voorkomen is het raadzaam om de motorolie te verversen wanneer het lampje begint te knipperen. Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk.

 

BELANGRIJK

Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk in geval van een storing in de versnellingsbak om het systeem te latencontroleren.

 

BELANGRIJK

Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk als de berichten op het display niet verdwijnen.

Om de koppeling te sparen mag het gaspedaal niet gebruikt worden om de auto stil te laten staan (bijvoorbeeld: bij stilstand op eenhelling); door oververhitting kan de koppeling beschadigd raken. Gebruik in dit geval het rempedaal en bedien het gaspedaal alleen als ugereed bent om weg te rijden. .

Zie ook:

Skoda Fabia. Zekeringen
 Inleiding voor het onderwerp  afb. 290 Doorgebrande zekering De afzonderlijke stroomkringen zijn door middel van smeltzekeringen beveiligd. Een doorgebrande zekering is aan een doo ...

Mazda 2. Installatiepositie van babyzitje
Een babyzitje wordt uitsluitend in de achterwaarts gerichte positie gebruikt. Zie de tabel "Geschiktheid van kinderzitjes voor diverse zitposities" voor de installatiepositie van een babyzitje ...

Auto's: