Auto's:

Fiat Punto: Gele waarschuwingslampjes - Lampjes en berichten - Kennismaking met het instrumentenpaneel - Fiat Punto - InstructieboekjeFiat Punto: Gele waarschuwingslampjes

Waarschuwingslampje

Betekenis

STORING ABS

Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven. Het lampje gaat branden, bij sommige versies verschijnen er een bericht en een symbool op het display, als het systeem niet doeltreffend is. In dat geval blijft het remsysteem normaal werken, maar met uitsluiting van het ABS-systeem. Rijd zeer voorzichtig wendt u zo snel mogelijk tot het Fiat Servicenetwerk.

FRONTAIRBAG PASSAGIERSZIJDE UITGESCHAKELD

Het waarschuwingslampje in het midden van het dashboard, of bij sommige versies op het instrumentenpaneel, gaat branden als de zijairbag van de passagier voorin is uitgeschakeld. Wanneer bij ingeschakelde frontairbag aan passagierszijde de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat het lampje eerst enkele seconden continu branden, waarna het moet doven.

STORING INSPUIT-/EOBD-SYSTEEM

Onder normale omstandigheden, wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden maar dit moet doven zodra de motor is gestart. Als het lampje blijft branden of tijdens het rijden gaat branden, dan betekent dit dat het brandstoftoevoer-/ontstekingssysteem niet goed werkt, hetgeen mogelijk kan leiden tot prestatieverlies, hoge uitlaatgasemissie, slechte rij-eigenschappen en een hoog brandstofverbruik. Bij sommige versies verschijnt een speciaal bericht op het display. Onder deze omstandigheden kan met gematigde snelheid verder gereden worden zonder te veel eisen aan de motor te stellen. Langdurig gebruik van het voertuig met continu brandend lampje kan schade veroorzaken: neem dus zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk. Het lampje dooft nadat de storing is verdwenen, maar de storing wordt toch door het systeem in het geheugen opgeslagen.

OPMERKING Voor benzinemotoren, als het lampje knippert, kan dit op een mogelijk defect van de katalysator wijzen. In dat geval moet het gaspedaal worden losgelaten om het motortoerental te verlagen, totdat het lampje niet meer knippert. Rijd verder met gematigde snelheid en voorkom rijomstandigheden die kunnen leiden tot het opnieuw gaan knipperen van het lampje en neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.

 

BELANGRIJK

Als, wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, het lampje niet gaat branden, continu blijft branden of gaat knipperen tijdens het rijden (bij bepaalde versies verschijnt er ook een bericht op het display), zo snel mogelijk contact opnemen met het Fiat Servicenetwerk. De verkeerspolitie beschikt over speciale apparatuur waarmee de werking van het lampje kan worden gecontroleerd.

Neem in elk geval de wettelijke voorschriften in acht van het land waarin u rijdt.

 

Waarschuwingslampje

Betekenis

STORING ESC-SYSTEEM

Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven. Als het lampje continu niet dooft of blijft branden tijdens het rijden (bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display), neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk. Het lampje gaat tijdens het rijden knipperen om aan te geven dat het ESC systeem in werking is getreden.

STORING HILL HOLDER-SYSTEEM (voor bepaalde versies/markten)

Wanneer de sleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden (bij sommige versies verschijnt er ook een speciaal bericht op het display) in geval van een storing van het Hill Holder-systeem, maar dit moet na enkele seconden uitgaan. Neem in dit geval zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk. Bij sommige versies gaat daarentegen het waarschuwingslampje branden.

STORING FIAT CODE-SYSTEEM (voor bepaalde versies/markten)

Het waarschuwingslampje gaat branden (bij sommige versies verschijnt er ook een speciaal bericht op het display) om een storing in het Fiat CODE-systeem of in het alarmsysteem, indien aanwezig, aan te geven. Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.

STORING VOORGLOEIBOUGIES/VOORGLOEISYSTEEM (Multijet-versies)

Voorgloeibougies: het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid. Het lampje dooft zodra de voorgloeibougies de vereiste temperatuur hebben bereikt. De motor kan worden gestart zodra het lampje gedoofd is.

BELANGRIJK Bij omgevingstemperatuur of hoge temperaturen kan het lampje al na zeer korte tijd doven.

Storing voorgloeibougies: het lampje gaat knipperen, bij sommige versies verschijnt er ook een speciaal bericht op het display, om een storing in het voorgloeisysteem aan te geven. Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.

REINIGING DPF (ROETFILTER) BEZIG (alleen Multijet-versies met DPF)

Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat dit lampje branden maar het moet na enkele seconden doven. Het lampje gaat continu branden, bij sommige versies verschijnt ook een speciaal bericht op het display, om de bestuurder te waarschuwen dat het DPF-systeem bezig is met het verwijderen van de opgehoopte vervuilende deeltjes (roet) door middel van het regeneratieproces.

Het lampje gaat niet elke keer branden als het DPF geregenereerd wordt, alleen wanneer de rijomstandigheden zodanig zijn dat de bestuurder hiervan op de hoogte moet zijn. Het voertuig moet tot de voltooiing van het regeneratieproces in beweging blijven opdat het lampje dooft. Een regeneratieproces duurt gemiddeld 15 minuten.

De optimale omstandigheden om het proces te voltooien worden bereikt door de voertuigsnelheid op 60 km/h te houden met een toerental van meer dan 2000 tpm. Als dit lampje gaat branden, wijst dit niet op een storing en hoeft het voertuig dus niet naar een werkplaats te worden gebracht.

 

BELANGRIJK

Pas de rijsnelheid aan de verkeers- en weersomstandigheden aan en neem de wegenverkeerswetgeving in acht. De motor afzetten terwijl het DPF lampje brandt is toegestaan, maar het meermaals onderbreken van het regeneratieproces kan leiden tot voortijdig kwaliteitsverlies van de motorolie. Daarom wordt steeds aanbevolen te wachten tot het lampje is gedoofd alvorens de motor af te zetten, zoals hiervoor is beschreven. Voltooi het DPF-regeneratieproces niet terwijl het voertuig stil staat.

 

Waarschuwingslampje

Betekenis

WAARSCHUWING ALGEMENE STORING (voor bepaalde versies/markten)

Het waarschuwingslampje gaat in de volgende gevallen branden (neem dan zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk): Snelheidslimiet overschreden: het lampje gaat branden wanneer de ingestelde snelheidslimiet wordt overschreden en op het display verschijnt een speciaal bericht.

Afsluiter van de brandstof in werking getreden: dit lampje gaat branden (bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display) als de afsluiter van de brandstof in werking treedt of als zich een storing in dit systeem voordoet.

Storing Stop&Start: het lampje gaat branden als er een storing in het Stop&Start-systeem wordt gedetecteerd (bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display en gaat het lampje branden).

Storing parkeersensor: het lampje gaat branden (bij sommige versies verschijnt er ook een speciaal bericht op het display) als er een storing is in de parkeersensoren. Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.

Storing motoroliedruksensor: een storing van de motoroliedruksensor wordt aangegeven door het aangaan van het lampje (bij bepaalde versies verschijnt er ook een bericht op het display). Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.

Storing iTPMS-systeem: het lampje gaat branden (bij sommige versies verschijnt er ook een speciaal bericht op het display) als er een storing is in het bewakingssysteem voor de bandenspanning (iTPMS). Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk. Indien een of meerdere wielen geen sensoren hebben, zal het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel gaan branden totdat de beginwaarden zijn hersteld.

Storing regensensor: het lampje gaat branden (bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display) als er een storing is in de regensensor. Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.

Storing waarschuwingslampje : het waarschuwingslampje gaat branden en knipperen bij een storing van het waarschuwingslampje voor een "airbagstoring".

STORING PARKEERSENSOR (voor bepaalde versies/markten)

Het lampje gaat branden (bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display) wanneer er een storing in de parkeersensoren wordt gedetecteerd (bij sommige versies gaat het lampje als een alternatief branden).

Bij omgevingstemperatuur of hoge temperaturen kan het lampje al na zeer korte tijd doven.

WATER IN DIESELFILTER (Multijet-versies)

Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven. Het lampje gaat branden als er water in het dieselfilter zit (bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display).

STORING BUITENVERLICHTING (voor bepaalde versies/markten)

Het lampje gaat branden wanneer er een storing gedetecteerd wordt in een van de volgende lichten: stadslichten, remlichten, mistachterlichten, richtingaanwijzers, kentekenverlichting en dagverlichting (DRL). Bij sommige versies gaat het lampje branden en verschijnt een bericht op het display.

REMBLOKSLIJTAGE (voor bepaalde versies/markten)

Het lampje gaat branden (bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display) wanneer de remblokken voor versleten zijn. Laat ze in dat geval zo snel mogelijk vervangen.

BRANDSTOFRESERVE

Het lampje gaat branden wanneer er nog ongeveer 7 liter brandstof in de tank is.

BELANGRIJK Het lampje knippert tijdens het rijden om te wijzen op een storing in het systeem. Neem in dat geval contact op met het Fiat Servicenetwerk om het systeem te laten controleren.

 

BELANGRIJK

Water in het brandstofcircuit kan het inspuitsysteem ernstig beschadigen en een onregelmatige werking van de motor veroorzaken. Als het lampje gaat branden (bij bepaalde versies verschijnt ook een bericht op het display), neem dan zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk om het systeem te laten aftappen. Als het lampje onmiddellijk na het tanken gaat branden, kan het zijn dat er tijdens het tanken water in de tank terecht is gekomen: zet de motor onmiddellijk uit en neem contact op met het Fiat Servicenetwerk.

 

Waarschuwingslampje

Betekenis

iTPMS (voor bepaalde versies/markten)

Lage bandenspanning: Het waarschuwingslampje gaat continu branden om aan te geven dat de bandenspanning gezakt is onder de aanbevolen waarde die een lange levensduur van de band en een zuinig brandstofverbruik garandeert, of om aan te geven dat er spanningsverlies is. Zo wordt de bestuurder door het iTPMS gewaarschuwd dat een of meer banden leeg en mogelijk lek kunnen zijn. In dat geval wordt geadviseerd de correcte bandenspanning te herstellen. Zodra de normale bedrijfsomstandigheden van het voertuig hersteld zijn, de resetprocedure uitvoeren.

BELANGRIJK Rijd niet verder met een of meerdere lege banden, dit kan de bestuurbaarheid van de auto in gevaar brengen. Breng het voertuig tot stilstand, voorkom bruusk remmen en sturen.

Storing iTPMS/iTPMS tijdelijk uitgeschakeld: Het waarschuwingslampje knippert ongeveer 75 seconden en blijft daarna permanent branden (er verschijnt ook een speciaal bericht op het display) om aan te geven dat het systeem tijdelijk uitgeschakeld of defect is. Het systeem gaat weer normaal werken zodra de bedrijfsomstandigheden dat toelaten. Als dat niet het geval is, de procedure Reset banden uitvoeren na het herstellen van de normale bedrijfsomstandigheden. Als de storingswaarschuwing zich blijft voordoen, zo snel mogelijk contact opnemen met een het Fiat Servicenetwerk.

MISTACHTERLICHT

Het lampje gaat branden wanneer het mistachterlicht wordt ingeschakeld.

Zie ook:

Renault Clio. Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESC) met onderstuurcontrole en tractiecontrole
Elektronisch stabiliteitsprogramma ESC Dit systeem helpt u de controle over de auto te behouden in kritieke rijsituaties (uitwijken voor een obstakel, verlies van grip op de weg in een bocht, enz. ...

Mazda 2. Sneeuwkettingen
Informeer naar de plaatselijke bepalingen alvorens sneeuwkettingen te gaan gebruiken. OPGELET Het gebruik van sneeuwkettingen kan de bestuurbaarheid van de auto nadelig beïnvloeden ...

Auto's: