Auto's:

Mazda 2: Maatregelen nemen - Als een waarschuwingslampje gaat
branden of knipperen - Waarschuwings-/indicatielampjes en
waarschuwingszoemers - Als er zich een probleem voordoet - Mazda 2 - InstructieboekjeMazda 2: Maatregelen nemen

Neem de juiste maatregel en controleer dat het waarschuwingslampje uit gaat.

Signaal Waarschuwing Te nemen maatregel

Waarschuwingslampje

voor laag brandstofpeil

Het lampje gaat branden wanneer de resterende brandstof ongeveer 9,0 liter bedraagt.
OPMERKING De momenten waarop het lampje gaat branden kunnen variëren, aangezien de brandstof in de tank overeenkomstig de rijomstandigheden en de stand van de auto in beweging is.
Brandstof bijtanken.

Veiligheidsgor-delwaarschuwingslampje

(Voorzitting)

Het veiligheidsgordelwaarschuwingslampje gaat branden als de bestuurdersstoel of voorpassagierszitting bezet is en de veiligheidsgordel niet vastgemaakt is terwijl het contact op ON staat.

Als de veiligheidsgordel van de bestuurder of de voorpassagier niet aangegespt is (alleen wanneer de voorpassagierszitting bezet is) en de snelheid van de auto hoger is dan ongeveer 20 km/h, gaat het waarschuwingslampje knipperen. Na een korte tijd stopt het waarschuwingslampje met knipperen, maar blijft branden. Als een veiligheidsgordel niet aangegespt blijft, gaat het waarschuwingslampje opnieuw voor een bepaalde tijd knipperen.

OPMERKING
  • Als de veiligheidsgordel van de bestuurder of de voorpassagier niet aangegespt wordt nadat het waarschuwingslampje is gaan branden en de rijsnelheid hoger is dan 20 km/h, gaat het waarschuwingslampje opnieuw knipperen.
  • Door het plaatsen van zware voorwerpen op de voorpassagierszitting kan de veiligheidsgordelwaarschuwingsfunctie van de voorpassagierszitting geactiveerd worden, afhankelijk van het gewicht van het voorwerp.
  • Geen extra zitkussen op de voorpassagierszitting plaatsen en gebruiken om er voor te zorgen dat de voorpassagiergewichtsensor juist kan functioneren. De kans bestaat dat de sensor niet goed functioneert omdat het extra zitkussen de werking van de sensor zou kunnen hinderen.
  • Als een klein kind op de voorpassagierszitting meerijdt, bestaat de kans dat het waarschuwingslampje niet werkt.
Maak de veiligheidsgordels vast.

Veiligheidsgor-delwaarschuwingslampje (Achterzitting)

Als de veiligheidsgordels van de achterzitting niet zijn vastgemaakt en het contact op ON staat, worden de bestuurder en de passagier gewaarschuwd door het waarschuwingslampje.

Het waarschuwingslampje werkt ook als er zich geen passagier op de achterzitting bevindt.

OPMERKING Als een veiligheidsgordel van de achterzitting niet vastgemaakt wordt binnen een bepaalde tijd nadat de motor is gestart, gaat het waarschuwingslampje uit.
Maak de veiligheidsgordels vast.

Open-portier

waarschuwingslampje

Het lampje gaat branden als een portier/ de achterklep/het kofferdeksel niet goed gesloten is. Het portier/de achterklep/het kofferdeksel goed sluiten.

Waarschuwingslampje

voor laag

sproeiervloeistofniveau

Dit waarschuwingslampje geeft aan dat er weinig sproeiervloeistof over is. Vul sproeiervloeistof bij

120km/h

waarschuwingslampje *

Het 120 km/h waarschuwingslampje gaat branden wanneer de rijsnelheid hoger wordt dan 120 km/h. Verminder de rijsnelheid.

Waarschuwingslampje

 van bandenspanning-

controlesysteem

Wanneer het waarschuwingslampje brandt en de waarschuwingszoemer klinkt (ongeveer 3 seconden), is de bandenspanning in één of meerdere van de banden te laag.
WAARSCHUWING Als het waarschuwingslampje van het bandenspanningcontrolesysteem gaat branden of knipperen of als de waarschuwingszoemtoon voor lage bandenspanning wordt gegeven, onmiddellijk de rijsnelheid verminderen en plotseling manoeuvreren en remmen vermijden: Als het waarschuwingslampje van het bandenspanningcontrolesysteem gaat branden of knipperen of als de waarschuwingszoemtoon voor lage bandenspanning wordt gegeven, is het gevaarlijk met hoge snelheden te rijden of plotseling te manoeuvreren of te remmen. De kans bestaat dat u de macht over het stuur verliest en een ongeluk veroorzaakt.

Om te bepalen of u een langzaam leeglopende band of een lekke band heeft, de auto op een veilige plaats parkeren waar u visueel de toestand van de band kunt controleren en bepalen of de band voldoende lucht heeft om verder te gaan naar een plaats waar lucht bijgevuld kan worden en het systeem opnieuw gecontroleerd kan worden door een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur of een bandenreparatiewerkplaats.

Het TPMS waarschuwingslampje mag nooit genegeerd worden: Negeren van het TPMS waarschuwingslampje is gevaarlijk, ook als u de reden weet waarom het brandt.

Laat het probleem zo spoedig mogelijk verhelpen alvorens dit tot een ernstigere situatie leidt, zoals het plotseling lek raken van een band met een gevaarlijk ongeluk als mogelijk gevolg.

Inspecteer de banden en stel deze af op de voorgeschreven bandenspanning
OPMERKING
  • Stel de bandenspanning af wanneer de banden koud zijn. De bandenspanning varieert naargelang de bandentemperatuur, laat daarom de auto gedurende ongeveer 1 uur staan of rijd er enkel 1,6 km of minder mee alvorens de bandenspanning af te stellen. Wanneer de bandenspanning bij warme banden wordt afgesteld op de koude bandendruk, bestaat de kans dat het TPMS waarschuwingslampje/ zoemer aan gaat nadat de banden zijn afgekoeld en dat de druk tot beneden de specificatie terugvalt.

    Ook is het mogelijk dat een TPMS waarschuwingslampje dat brandt doordat de bandenspanning bij een lage omgevingstemperatuur is teruggevallen blijft branden als de omgevingstemperatuur omhoog gaat. In dit geval zal het eveneens noodzakelijk zijn de bandenspanning af te stellen. Als het TPMS waarschuwingslampje gaat branden als gevolg van een terugval in de bandenspanning, de bandenspanning controleren en afstellen.

  • Banden verliezen na verloop van tijd vanzelf lucht en het TPMS systeem kan niet het verschil aantonen of de banden na verloop van tijd vanzelf zacht geworden zijn of dat er sprake is van een lekke band. Wanneer u echter één zachte band in een set van vier aantreft, wijst dit op een probleem; iemand anders dient dan langzaam met de auto vooruit te rijden zodat u de zachte band kunt inspecteren op inkervingen en metalen voorwerpen die vanuit het profiel of de zijwand naar buiten steken. Breng enkele druppels water aan op het ventiel om te zien of er luchtbelletjes verschijnen die wijzen op een defect ventiel. Lekkages moeten grondiger aangepakt worden dan het enkel opnieuw oppompen van de defecte band aangezien lekkages gevaarlijk zijn - breng de auto naar een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur.

Waarschuwingslampje van

Smart Brake Support    remhulpsysteem/ stadsverkeerremassistent

 (SBS/ SCBS)

Het lampje gaat branden als de voorruit of de radarsensor vuil zijn of als er een defect is in het systeem. Voertuigen met type B audio

Controleer de reden waarom het waarschuwingslampje brandt op de middendisplay.

Als de reden waarom het waarschuwingslampje brandt het gevolg is van een verontreinigde voorruit, de voorruit reinigen.

Als het waarschuwingslampje brandt vanwege een vuile radarsensor, het voorembleem reinigen.

Laat de auto door een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur controleren als er andere redenen zijn.

Voertuigen met type A audio

Als de reden waarom het waarschuwingslampje brandt het gevolg is van een verontreinigde voorruit, de voorruit reinigen. Laat de auto door een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur controleren als er andere redenen zijn.

KEY waarschuwingslampje

Neem de juiste maatregel en controleer dat het waarschuwingslampje uit gaat.

Signaal

Oorzaak

Te nemen maatregel

De batterij van de geavanceerde sleutel is uitgeput Vernieuw de sleutelbatterij
De geavanceerde sleutel bevindt zich buiten het werkingsbereik. Breng de geavanceerde sleutel in het werkingsbereik
De geavanceerde sleutel is geplaatst in delen van het interieur waar de sleutel moeilijk bespeurd kan worden
Er bevindt zich een sleutel van een andere fabrikant welke gelijkt op de geavanceerde sleutel in het werkingsbereik. Neem de sleutel van een andere fabrikant welke gelijkt op de geavanceerde sleutel uit het werkingsbereik.
Zonder het contact uit te zetten, is de geavanceerde sleutel uit het interieur genomen en vervolgens zijn alle portieren gesloten. Breng de geavanceerde sleutel terug in het interieur.
Zie ook:

Skoda Fabia. Beheer van de online-diensten
Weergave van het dienstenbeheer In het dienstenbeheer is het mogelijk om informatie over de online-diensten en over de geldigheid van de betreffende licentie weer te geven of de diensten in of ...

Fiat Punto. Identificatiegegevens
VIN-PLAATJE Dit bevindt zich linksachter op de vloer van de bagageruimte fig. 114en bevat de volgende identificatiegegevens: Nummer typegoedkeuring. Identificatiecode voertuigtype. Chassi ...

Auto's: