Auto's:

Toyota Yaris: Als een
waarschuwingslampje
gaat branden of
een waarschuwingszoemer
klinkt - Stappen die genomen moeten
worden in noodgevallen - Bij problemen - Toyota Yaris - InstructieboekjeToyota Yaris: Als een waarschuwingslampje gaat branden of een waarschuwingszoemer klinkt

Toyota Yaris / Toyota Yaris - Instructieboekje / Bij problemen / Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen / Als een waarschuwingslampje gaat branden of een waarschuwingszoemer klinkt

Voer op rustige wijze onderstaande handelingen uit als een van de waarschuwingslampjes gaat branden of knipperen. Als een van de lampjes gaat branden of knipperen en daarna weer uitgaat, is er niet noodzakelijkerwijs een defect in het systeem aanwezig.

Als deze situatie echter blijft voortduren, laat uw auto dan controleren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Overzicht waarschuwingslampjes en waarschuwingszoemers

Waarschuwingslampje

Waarschuwingslampje/details/handelingen

Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) remsysteem*1
  • Laag remvloeistofniveau
  • Storing in het remsysteem

Dit lampje gaat ook branden als de parkeerrem niet gedeactiveerd is. Als het lampje uitgaat nadat de parkeerrem gedeactiveerd is, werkt het systeem normaal.

→ Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stilstand en neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige. Doorrijden met de auto kan gevaarlijk zijn.

Laadstroomcontrolelampje

Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het laadsysteem van de auto.

→ Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stilstand en neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Waarschuwingslampje lage oliedruk

Geeft aan dat de motoroliedruk te laag is.

→ Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stilstand en neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

(Rood waarschuwingslampje knippert of gaat branden)

Waarschuwingslampje hoge koelvloeistoftemperatuur

Geeft aan dat de motor oververhit raakt.

Als de koelvloeistoftemperatuur stijgt, stopt het lampje met knipperen en gaat het onafgebroken branden.

Motorcontrolelampje

Geeft aan dat er een storing is in:

  • Het elektronische motorregelsysteem;
  • De elektronische smoorklepregeling;
  • Het elektronische regelsysteem Multidrive CVT (indien aanwezig);
  • Het emissieregelsysteem; of
  • Het roetfilter (indien aanwezig).

→ Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyotadealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Waarschuwingslampje SRS

Geeft aan dat er een storing is in:

  • Het SRS-airbagsysteem; of
  • Het gordelspannersysteem.

→ Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyotadealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Waarschuwingslampje ABS

Geeft aan dat er een storing is in:

  • Het ABS; of
  • Het Brake Assist-systeem.

→ Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyotadealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) elektrische stuurbekrachtiging

Geeft aan dat er een storing is in de elektrische stuurbekrachtiging.

→ Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyotadealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Waarschuwingslampje PCS*2

Wanneer het waarschuwingslampje knippert (en een zoemer klinkt): Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het PCS (Pre-Crash Safety-systeem).

→ Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyotadealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Wanneer het waarschuwingslampje gaat branden: Geeft aan dat het PCS (Pre-Crash Safety-systeem) tijdelijk niet beschikbaar is, mogelijk als gevolg van een van de onderstaande zaken:

  • Het deel van de voorruit rondom de sensor voor is vuil, beslagen of bedekt door condens, ijs, stickers, e.d.

→ Verwijder het vuil, de condens, het ijs, de stickers, enz.

  • De temperatuur van de sensor voor ligt buiten het werkingsbereik

→ Wacht een tijdje totdat het gebied rondom de sensor voor voldoende is afgekoeld.

Wanneer het waarschuwingslampje brandt: Het VSC (Vehicle Stability Control-systeem) of het PCS (Pre- Crash Safety-systeem) is uitgeschakeld of beide systemen zijn uitgeschakeld.

→ Schakel om het PCS-systeem in te schakelen zowel het VSC-systeem als het PCS-systeem in.

Controlelampje Traction Control*2

Geeft aan dat er een storing is in:

  • Het VSC-systeem;
  • Het TRC-systeem.

→ Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyotadealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Controlelampje Automatic High Beam-systeem*2

Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het Automatic High Beam-systeem.

→ Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyotadealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Controlelampje cruise control*2

Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het cruise controlsysteem.

Controlelampje LDA*2 en controlelampjes rijstrookmarkeringen*2

Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het LDA-systeem.

→ Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyotadealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Controlelampje snelheidsbegrenzer*2

Geeft aan dat er een storing aanwezig is in de snelheidsbegrenzer.

→ Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyotadealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Controlelampje uitgeschakeld Stop & Start-systeem*2

Geeft aan dat er een storing aanwezig is het Stop & Start-systeem.

→ Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyotadealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Waarschuwingslampje brandstoffilter (alleen dieselmotor)

Geeft aan dat er te veel water is verzameld in het brandstoffilter.

(Knippert gedurende 15 seconden geel.)

Controlelampje Smart entry-systeem met startknop*2

Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het Smart entry-systeem met startknop.

→ Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) open portier/ achterklep*3

Geeft aan dat een of meerdere portieren niet goed gesloten zijn.

→ Controleer of alle portieren en de achterklep zijn gesloten.

Waarschuwingslampje laag brandstofniveau

Benzinemotor: Geeft aan dat er nog hooguit ongeveer 5,8 liter brandstof in de tank zit.

Dieselmotor: Geeft aan dat er nog hooguit ongeveer 6,4 liter brandstof in de tank zit.

→ Vul de brandstoftank.

Controlelampje (waarschuwingszoemer) bestuurders- en voorpassagiersgordel*4

Waarschuwt de bestuurder en voorpassagier om de veiligheidsgordel om te doen.

→ Doe de veiligheidsgordel om.

Als er iemand op de passagiersstoel zit, moet ook de veiligheidsgordel voor de voorpassagier worden vastgemaakt, zodat het waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) uitgaat.

Controlelampjes (waarschuwingszoemer) veiligheidsgordels achterpassagiers*2, 4

Waarschuwt de achterpassagiers om de veiligheidsgordel om te doen.

→ Doe de veiligheidsgordel om.

Waarschuwingslampje lage bandenspanning*2

Als het lampje gaat branden: Bandenspanning te laag door bijvoorbeeld

  • Natuurlijke oorzaken
  • Lekke band

→ Breng de banden op de juiste spanning.

Na een paar minuten dooft het lampje. Laat het systeem nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige indien het lampje niet dooft nadat de banden op spanning zijn gebracht.

Als het lampje gaat branden nadat het gedurende 1 minuut geknipperd heeft: Storing in het waarschuwingssysteem voor lage bandenspanning.

→ Laat het systeem controleren door een erkende Toyotadealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Waarschuwingslampje laag motoroliepeil (alleen dieselmotor)

Geeft aan dat het motoroliepeil laag is.

→ Controleer het oliepeil en vul indien nodig olie bij.

Waarschuwingslampje roetfiltersysteem (dieselmotor met roetfiltersysteem)
  • Geeft aan dat het roetfilter gereinigd moet worden vanwege het herhaaldelijk rijden van korte afstanden en/of het rijden met lage snelheden.
  • Geeft aan dat de hoeveelheid afzettingen in het roetfilter een bepaalde drempel overschreden heeft.

→ Om het roetfilter te reinigen moet er gedurende 20 - 30 minuten met de auto gereden worden met een snelheid van 65 km/h of hoger totdat het waarschuwingslampje van het roetfiltersysteem uitgaat.*5 Zet de motor zo min mogelijk uit totdat het waarschuwingslampje van het roetfiltersysteem uitgaat.

Als het niet mogelijk is te rijden met een snelheid van 65 km/h of hoger, of als het waarschuwingslampje van het roetfiltersysteem niet uitgaat ook al is er langer dan 30 minuten met de auto gereden, laat dan uw auto controleren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

Waarschuwingslampje motorolie verversen (alleen dieselmotor)

Als het lampje knippert: Geeft aan dat de motorolie moet worden ververst.

  • Auto's zonder roetfiltersysteem*6: Knippert ongeveer 35.000 km nadat de motorolie is ververst.

    (Als het indicatiesysteem voor het verversen van de motorolie niet is gereset, zal het controlelampje niet goed werken.)

  • Auto's met roetfiltersysteem*6: Knippert ongeveer 14.500 km nadat de motorolie is ververst.

    (Als de onderhoudsgegevens niet zijn gereset, zal het controlelampje niet goed werken).

→ Controleer de motorolie en ververs indien nodig. Na het verversen van de motorolie moet het verversingssysteem worden gereset.

Als het lampje gaat branden: Geeft aan dat de motorolie moet worden ververst.

  • Auto's zonder roetfiltersysteem*6: Gaat ongeveer 40.000 km na het verversen van de motorolie (en nadat de onderhoudsgegevens zijn gereset) branden.
  • Auto's met roetfiltersysteem*6: Gaat ongeveer 15.000 km na het verversen van de motorolie (en nadat de onderhoudsgegevens zijn gereset) branden.

→ Laat de motorolie en het oliefilter door een erkende Toyotadealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige controleren en vervangen. Na het verversen van de motorolie moet het verversingssysteem worden gereset.

*1: Waarschuwingszoemer geactiveerde parkeerrem: Er klinkt een zoemer om aan te geven dat de parkeerrem nog niet is gedeactiveerd (als de auto een snelheid van 5 km/h heeft bereikt).
*2: Indien aanwezig
*3: Waarschuwingszoemer open portier/achterklep: Er klinkt een zoemer als de rijsnelheid hoger wordt dan 5 km/h terwijl een portier is geopend.
*4: Waarschuwingszoemer veiligheidsgordel bestuurder en voorpassagier: De waarschuwingszoemer voor de veiligheidsgordels herinnert de bestuurder en de passagier eraan de veiligheidsgordel om te doen. De zoemer klinkt gedurende 30 seconden nadat de auto een snelheid van ten minste 20 km/h heeft bereikt. Als de veiligheidsgordel daarna nog niet is vastgemaakt, laat de zoemer gedurende 90 seconden een ander geluid horen.
*5: Het waarschuwingslampje van het roetfiltersysteem kan blijven branden als het waarschuwingslampje motorolie verversen brandt. Laat in dit geval uw auto controleren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
*6: Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige om na te gaan of uw auto een roetfiltersysteem heeft.

■Detectiesensor passagier en waarschuwingszoemer passagiersgordel

Als er bagage wordt geplaatst op de passagiersstoel kan de detectiesensor het waarschuwingslampje laten knipperen, ook al zit er niemand op de passagiersstoel.

Als er op de stoel een kussen wordt geplaatst, werkt de sensor wellicht niet goed, waardoor ook het waarschuwingslampje niet goed werkt.

■Als het motorcontrolelampje tijdens het rijden gaat branden Bij sommige uitvoeringen gaat het motorcontrolelampje branden als de brandstoftank geheel leeg gereden is. Vul de brandstoftank onmiddellijk als deze leeg is. Het motorcontrolelampje gaat na enkele ritten weer uit.

Laat de auto zo snel mogelijk nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als het motorcontrolelampje niet uit gaat.

■Waarschuwingszoemer De zoemer is in sommige gevallen niet hoorbaar, zoals in een luidruchtige omgeving of wanneer het volume van de audio hoog staat.

■Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) elektrische stuurbekrachtiging Als de laadtoestand van de accu laag wordt of de spanning tijdelijk daalt, kan het waarschuwingslampje van de elektrische stuurbekrachtiging gaan branden en kan er een waarschuwingszoemer klinken.

■Als het waarschuwingslampje motorolie verversen knippert (dieselmotor met roetfiltersysteem) Het veelvuldig rijden van korte afstanden en/of rijden met lage snelheden kan ertoe leiden dat de olie sneller veroudert dan normaal, ongeacht de afgelegde afstand. Als dat geval is, zal het waarschuwingslampje motorolie verversen gaan knipperen.

■Waarschuwingslampje motorolie verversen gaat branden (alleen dieselmotor)

Auto's zonder roetfiltersysteem Vervang de motorolie en het oliefilter als het waarschuwingslampje motorolie verversen niet gaat branden als u meer dan 40.000 km hebt gereden nadat de motorolie is ververst.

Mogelijk is het waarschuwingslampje motorolie verversen gaan branden als u minder dan 40.000 km hebt gereden op basis van een gebruiks- of rijomstandigheid.

Auto's met roetfiltersysteem Vervang de motorolie en het oliefilter als het waarschuwingslampje motorolie verversen niet gaat branden als u meer dan 15.000 km hebt gereden nadat de motorolie is ververst.

Mogelijk is het waarschuwingslampje motorolie verversen gaan branden als u minder dan 15.000 km hebt gereden op basis van een gebruiks- of rijomstandigheid.

■Als het waarschuwingslampje lage bandenspanning gaat branden (auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem) Controleer het uiterlijk van de band om na te gaan of de band niet lek is.

Als de band lek is.

Als de band niet lek is: Gebruik de volgende procedure wanneer de banden voldoende zijn afgekoeld.

Het waarschuwingslampje kan weer gaan branden wanneer bovenstaande handelingen zijn uitgevoerd zonder eerst de banden voldoende te laten afkoelen.

■Het waarschuwingslampje lage bandenspanning gaat mogelijk branden door een natuurlijke oorzaak (auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem) Het waarschuwingslampje lage bandenspanning gaat mogelijk branden door een natuurlijke oorzaak, zoals het onvermijdelijke spanningsverlies dat op den duur optreedt of een veranderde bandenspanning die veroorzaakt wordt door temperatuurveranderingen. In dat geval zal het waarschuwingslampje na een paar minuten uitgaan als de banden weer op de juiste spanning gebracht zijn.

■Als een wiel wordt vervangen door het reservewiel (auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem) Het reservewiel is niet voorzien van een bandenspanningssensor en -zender.

Bij een lekke band zal het waarschuwingslampje lage bandenspanning niet uitgaan, ook al is het wiel met de lekke band vervangen door het reservewiel.

Vervang het reservewiel door het wiel met de gerepareerde band en breng de band op de juiste spanning. Het waarschuwingslampje lage bandenspanning zal na een paar minuten uitgaan.

■Als het bandenspanningswaarschuwingssysteem buiten werking is (auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem) Het bandenspanningswaarschuwingssysteem wordt onder de volgende omstandigheden uitgeschakeld: (Als de omstandigheden weer normaal zijn, zal het systeem weer correct werken.)

Het bandenspanningswaarschuwingssysteem kan onder de volgende omstandigheden worden uitgeschakeld: (Als de omstandigheden weer normaal zijn, zal het systeem weer correct werken.)

■Als het waarschuwingslampje lage bandenspanning regelmatig gaat branden nadat het gedurende 1 minuut geknipperd heeft (auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem) Als het waarschuwingslampje lage bandenspanning regelmatig gaat branden nadat het gedurende 1 minuut geknipperd heeft wanneer het contact AAN wordt gezet, laat het systeem dan controleren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

WAARSCHUWING

■Als het waarschuwingslampje elektrische stuurbekrachtiging gaat branden De besturing kan extreem zwaar aanvoelen.

Als het stuurwiel zwaarder werkt dan gebruikelijk, houd het dan stevig vast en oefen meer kracht uit.

■Tijdens het rijden om het roetfilter te reinigen Houd tijdens het rijden voldoende rekening met de weersomstandigheden, de conditie van de weg, het terrein en het overige verkeer en neem altijd de verkeersregels in acht. Als u dat niet doet, kunt u een ongeval veroorzaken, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.

■Als het waarschuwingslampje lage bandenspanning gaat branden (auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem) Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht. Als u dat niet doet, kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.

  • Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats. Breng de banden meteen op spanning.
  • Als, nadat de banden op spanning zijn gebracht, het waarschuwingslampje lage bandenspanning opnieuw gaat branden, kan dit erop duiden dat er een band lek is. Controleer de banden. Vervang het wiel met de lekke band door het reservewiel en laat de band repareren door de dichtstbijzijnde erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
  • Vermijd plotselinge stuurbewegingen en hard remmen. De banden kunnen beschadigd raken, waardoor u de controle over het stuurwiel of de remmen kunt verliezen.

■Als u een klapband krijgt of als er plotseling een lek ontstaat (auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem) Het kan zijn dat het bandenspanningswaarschuwingssysteem niet meteen in werking treedt.

 

OPMERKING

■Als het waarschuwingslampje brandstoffilter gaat branden (alleen dieselmotor) Rijd niet als het waarschuwingslampje brandt. Rijden met te veel water in het brandstoffilter kan de brandstofpomp beschadigen.

■Wanneer het waarschuwingslampje roetfiltersysteem gaat branden (dieselmotor met roetfiltersysteem) Als het waarschuwingslampje roetfiltersysteem blijft branden zonder dat het roetfilter wordt gereinigd, kan het motorcontrolelampje na 100 tot 300 km gaan branden. Laat in dat geval uw auto direct controleren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.

■Ervoor zorgen dat het bandenspanningswaarschuwingssysteem goed werkt (auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem) Monteer geen banden met verschillende specificaties of van verschillende merken, anders werkt het bandenspanningswaarschuwingssysteem mogelijk niet goed.

 

Zoemer interieur Zoemer exterieur Waarschuwingslampje Waarschuwingslampje/details/handelingen
Continu Continu Controlelampje Smart entry-systeem met startknop (Multidrive CVT)

De elektronische sleutel bevond zich buiten de auto en het bestuurdersportier werd geopend en gesloten terwijl de selectiehendel in een andere stand dan stand P werd gezet zonder het contact UIT te zetten.

→ Zet de selectiehendel in stand P.

→ Neem de elektronische sleutel weer mee in de auto.

Een keer 3 keer Controlelampje Smart entry-systeem met startknop

Auto's met Multidrive CVT: De elektronische sleutel werd uit de auto genomen en het bestuurdersportier werd geopend en gesloten nadat de selectiehendel in stand P is gezet zonder het contact UIT te zetten.

Auto's met handgeschakelde transmissie: De elektronische sleutel bevond zich buiten de auto en er werd een ander portier dan het bestuurdersportier geopend en gesloten terwijl het contact niet UIT stond.

→ Zet het contact UIT of zorg ervoor dat de elektronische sleutel zich in de auto bevindt.

Een keer 3 keer Controlelampje Smart entry-systeem met startknop

Geeft aan dat er een ander portier dan het bestuurdersportier werd geopend en gesloten terwijl het contact in een andere stand dan UIT stond en de elektronische sleutel zich buiten het ontvangstgebied bevond.

→ Houd de elektronische sleutel binnen het detectiegebied.

Een keer Continu (5 seconden) Controlelampje Smart entry-systeem met startknop

Er wordt geprobeerd de auto te verlaten met de elektronische sleutel en de portieren te vergrendelen zonder dat het contact eerst UIT is gezet.

→ Zet het contact UIT en vergrendel de portieren opnieuw.

Een keer - Controlelampje Smart entry-systeem met startknop

Geeft aan dat de elektronische sleutel niet aanwezig is als geprobeerd wordt de motor te starten.

→ Houd de elektronische sleutel binnen het detectiegebied.

9 keer - Controlelampje Smart entry-systeem met startknop

Er is geprobeerd om te rijden terwijl de gewone sleutel zich niet in de auto bevond.

→ Ga na of de elektronische sleutel zich in de auto bevindt.

Een keer - Controlelampje Smart entry-systeem met startknop

Geeft aan dat de batterij van de elektronische sleutel bijna leeg is.

→ Vervang de batterij.

Een keer - Controlelampje Smart entry-systeem met startknop

Geeft aan dat het stuurslot nog is vergrendeld.

→ Ontgrendel het stuurslot.

Een keer - Controlelampje Smart entry-systeem met startknop
  • Toen de portieren werden ontgrendeld met de mechanische sleutel en de startknop vervolgens werd ingedrukt, kon de elektronische sleutel niet worden gesignaleerd in de auto.
  • De elektronische sleutel kon niet worden gesignaleerd, ook niet nadat de startknop tweemaal achter elkaar werd ingedrukt.

→ Auto's met Multidrive CVT: Houd de elektronische sleutel bij de startknop en trap tegelijkertijd het rempedaal in.

→ Auto's met handgeschakelde transmissie: Houd de elektronische sleutel bij de startknop en trap tegelijkertijd het koppelingspedaal in.

Zie ook:

Skoda Fabia. Trekhaak gebruiken

Aanhangwagen (accessoire) aan- en loskoppelen  afb. 253 Behuizing van 13-polig stopcontact, borgoog Aan- en loskoppelen De kogelkop inbouwen en de beschermkap 3 afb. 242 op  verw ...

KIA Rio. Storing in het systeem

Als de AEB niet goed werkt, gaat het waarschuwingslampje AEB () branden en verschijnt er gedurende enkele seconden een waarschuwingsmelding. Nadat de melding is verdwenen, gaat ...

Auto's: