Auto's:

Skoda Fabia: Verwarming en ventilatie - Bediening - Škoda Fabia - InstructieboekjeSkoda Fabia: Verwarming en ventilatie

Verwarming, handmatige airconditioning, Climatronic

Inleiding voor het onderwerp

De verwarming verwarmt en ventileert het interieur van de wagen. De airconditioning koelt en droogt het interieur.

Het verwarmingsvermogen is afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur, het volledige verwarmingsvermogen wordt daarom pas bij bedrijfswarme motor bereikt.

De koeling werkt onder de volgende voorwaarden.

Als de koeling is ingeschakeld wordt het beslaan van de ruiten voorkomen.

Om de koelfunctie sneller te laten werken, kan kortstondig de circulatiefunctie worden ingeschakeld .

Gezondheidsbescherming

Om gezondheidsrisico's (bv. verkoudheid) te verminderen, de volgende aanwijzingen voor het gebruik van de koelfunctie in acht nemen.

ATTENTIE

  • De aanjager moet altijd ingeschakeld zijn om te voorkomen dat de ruiten beslaan. Anders bestaat gevaar voor ongevallen.
  • Uit de luchtroosters kan bij ingeschakelde koeling onder bepaalde omstandigheden lucht met een temperatuur van ongeveer 5 °C stromen.

 

Let op

  • De luchtinlaat voor de voorruit moet vrij van bv. ijs, sneeuw en bladeren zijn, zodat de verwarming en de koeling optimaal kunnen functioneren.
  • Na het inschakelen van de koelfunctie kan condenswater van de verdamper van de airconditioning lekken en onder de wagen een waterplas vormen. Dit betekent niet dat er een lekkage aanwezig is!
  • Bij een te hoge koelvloeistoftemperatuur wordt de koelfunctie uitgeschakeld om de motorkoeling te kunnen garanderen.

Verwarming en handbediende airconditioning

Bedieningselementen van de verwarming/airconditioning
 afb. 124 Bedieningselementen van de verwarming/airconditioning

Afzonderlijke functies kunnen worden ingesteld resp. ingeschakeld door de draaiknop te draaien of de betreffende toets in te drukken afb. 124. Bij ingeschakelde functie brandt in de toets het controlelampje.

A Temperatuur instellen

B Aanjagertoerental instellen (stand 0: aanjager uit, stand 4: hoogste toerental)

C Luchtuitstroomrichting instellen

  Luchtstroom naar de ruiten

  Luchtstroom naar het bovenlichaam

  Luchtstroom naar de voetenruimte

Luchtstroom naar de ruiten en naar de voetenruimte

Circulatiefunctie in-/uitschakelen

Koelfunctie in-/uitschakelen

Informatie over de koelfunctie

Na het indrukken van de toets brandt het controlelampje in de toets, ook als niet aan alle voorwaarden voor de koelfunctie is voldaan. De koelfunctie wordt ingeschakeld, zodra aan de volgende voorwaarden is voldaan .

Als bij ingeschakelde aanjager de luchtverdeelregelaar in de stand wordt gedraaid, dan wordt de koelfunctie ingeschakeld. De koelfunctie wordt weer uitgeschakeld door de luchtverdeelregelaar in een andere stand dan te draaien.

Als bij ingeschakelde aanjager de luchtverdeelregelaar niet in de stand wordt gedraaid, dan wordt bij het inschakelen van de circulatiefunctie de koelfunctie ingeschakeld.

Let op Om voldoende warmtecomfort te garanderen, kan tijdens de werking van de handbediende airconditioning onder omstandigheden het stationair toerental worden verhoogd.

Climatronic (automatische airconditioning)

Bedieningselementen van de Climatronic
 afb. 125 Bedieningselementen van de Climatronic

Afzonderlijke functies kunnen worden ingesteld resp. ingeschakeld door de draaiknop te draaien of de betreffende toets in te drukken afb. 125.

  1. Temperatuur instellen

    •   Temperatuur verlagen / Temperatuur verhogen

  2. Gekozen temperatuur

  3. Graden Celsius resp. Fahrenheit

  4. Automatische werking van de airconditioning ingeschakeld

  5. Intensieve luchtstroom naar de voorruit ingeschakeld

  6. Luchtstroomrichting
  7. Circulatiefunctie ingeschakeld
  8. Koelfunctie ingeschakeld
  9. Ingesteld aanjagertoerental
  10. Aanjagertoerental instellen (het ingestelde aanjagertoerental wordt weergeven door het aantal segmenten op het display)
    • Linksom draaien: toerental verlagen / Climatronic uitschakelen
    • Rechtsom draaien: toerental verhogen
  11. Interieurtemperatuursensor

Intensieve luchtstroom naar de voorruit in-/uitschakelen - bij ingeschakelde functie brandt in de toets het controlelampje

Automatische regeling inschakelen

Luchtstroom naar de ruiten in-/uitschakelen

Luchtstroom naar het bovenlichaam in-/uitschakelen

Luchtstroom naar de voetenruimte in-/uitschakelen

Circulatiefunctie in-/uitschakelen

Koelfunctie in-/uitschakelen

Bij ingeschakelde functie verschijnt op het display het betreffende symbool.

Na het uitschakelen van de koelfunctie blijft alleen de ventilatiefunctie actief, waardoor geen lagere temperatuur dan de buitentemperatuur kan worden bereikt.

Temperatuur instellen

Tussen 16 °C en 29 °C wordt de temperatuur automatische geregeld.

Bij een temperatuurinstelling onder 16 °C brandt in het display , de Climatronic werkt met maximale koelcapaciteit.

Bij een temperatuurinstelling boven 29 °C brandt in het display , de Climatronic werkt met maximale verwarmingscapaciteit.

Omschakelen tussen graden Celsius en graden Fahrenheit Tegelijkertijd de toetsen en indrukken en gedurende 2 s ingedrukt houden, op het display verschijnt de gewenste eenheid (positie 3 afb. 125).

VOORZICHTIG De interieurtemperatuursensor 11 afb. 125 niet afdekken - de werking van de Climatronic kan ongunstig worden beïnvloed.

 

Let op Om voldoende warmtecomfort te garanderen, kan tijdens de werking van de Climatronic onder omstandigheden het stationair toerental worden verhoogd.

Climatronic - automatische regeling

De automatische regeling dient ertoe de temperatuur constant te houden en de ruiten in het interieur te ontvochtigen.

Circulatiefunctie

In de circulatiefunctie wordt voorkomen dat verontreinigde buitenlucht in het interieur van de wagen komt. In de circulatiefunctie wordt de lucht uit het interieur aangezogen en weer in het interieur geleid.

Verwarming

Als bij ingeschakelde circulatiefunctie de aanjager is ingeschakeld en de luchtverdeelregelaar in de stand wordt gezet, dan wordt de circulatiefunctie automatisch uitgeschakeld.

Handbediende airconditioning

De circulatiefunctie wordt automatisch ingeschakeld, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan.

Als bij ingeschakelde circulatiefunctie de aanjager is ingeschakeld en de luchtverdeelregelaar in de stand wordt gezet, dan wordt de circulatiefunctie automatisch uitgeschakeld.

Climatronic

Als de luchtvochtigheid in de wagen toeneemt, kan de circulatiefunctie automatisch worden uitgeschakeld.

ATTENTIE De circulatiefunctie niet langdurig ingeschakeld laten, want in dat geval wordt geen buitenlucht toegevoerd. De "verbruikte" lucht kan vermoeidheidsverschijnselen bij de bestuurder en medepassagiers veroorzaken, waardoor de oplettendheid vermindert. Ook kunnen de ruiten beslaan. Zodra de ruiten beslaan, de circulatiefunctie direct uitschakelen - gevaar voor ongevallen!

 

VOORZICHTIG We adviseren om bij ingeschakelde circulatiefunctie niet in de wagen te roken.

De uit het interieur aangezogen rook slaat neer op de verdamper van de airconditioning.

Dit zorgt tijdens het gebruik van de airconditioning voor een blijvende stankoverlast die alleen met veel moeite en hoge kosten (vervanging van de verdamper) kan worden opgelost.

Luchtroosters

Luchtroosters
 afb. 126 Luchtroosters

Bij de luchtroosters 3 en 4 afb. 126 kan de richting van de luchtstroom worden gewijzigd en kunnen de luchtroosters ook afzonderlijk worden geopend en gesloten.

De instelling van de luchtstroomrichting gebeurt door het verstelelement A afb. 126 in de gewenste richting te verstellen.

Openen

Sluiten

Afhankelijk van de instelling van de luchtverdeling komt de luchtstroom uit de volgende luchtroosters.

Luchtuitstroomrichting instellen Luchtroosters
1, 2, 4
1, 2, 4, 5
3, 4
4, 5

 

VOORZICHTIG De luchtroosters niet afdekken - de luchtverdeling kan worden verslechterd.
Zie ook:

Opel Corsa. Colour-Info-Display
Afhankelijk van de configuratie is de auto uitgevoerd met een Colour-Info- Display met aanraakschermfunctionaliteit. Het Colour-Info-Display met aanraakschermfunctionaliteit geeft in kleur aa ...

Fiat Punto. Wielen en banden
TIPS VOOR HET OMWISSELEN VAN DE BANDEN De voor- en achterbanden zijn onderhevig aan verschillende belastingen en spanningen die te wijten zijn aan stuurbewegingen, manoeuvres en remmen. Daarom ...

Auto's: